Miskunde met een W

Informatie
Geschreven door Giel
Geplaatst op 16 december 2019
Hoofdcategorie Leeftijdsverschil | Tieners
Aantal reacties: 4
1892 woorden | Leestijd 10 minuten

Liggend op mijn rug merk ik hoe het plafond dringend een nieuwe verfbeurt nodig heeft. En dan dat aftands behang aan de muren! Zie ik daar niet sporen van…?  Onwillekeurig denk ik aan de wellicht niet te overziene hoeveelheid gelegenheidskoppeltjes dat ons hier al voor is geweest. Ik moet er gewoonweg niet aan denken – ei zo na sla ik nog aan het kokhalzen – en draai mijn hoofd, naar haar, die pure parel, het zo onbezorgd door het leven fladderend vlindertje.
Tegelijk stroom ik vol besef dat het geluk in een klein hoekje te vinden is én dat deze kamer er vier heeft. Als dat geen positieve ingesteldheid is…

Luxe kan je niet verwachten in rendez-vous Huis Edelweiss. Haha, denk ik bij mezelf: wat een naam, zo cliché als water maar nat kan zijn. Maar, realiseer ik me dan, toch schuilt er een zekere wijsheid in die naamgeving: een klein oh zo kwetsbaar maar levendig mooi bloemetje dat dorre en meest onherbergzame ijle omgevingen weet te overleven, zèlfs opfleurt. En dan kijk ik, vollopend met intens geluk hoe Jolien naast me een sigaret uit het pakje frummelt.
Het is van een onschatbare mooiheid om haar aan de Marlboro te zien trekken. Nijdig zuigend als een jong veulen maar tegelijkertijd, op haar manier toch, sierlijk elegant.
Ik neem het ding even van haar over en zuig mijn longen vol. Onvoorstelbaar hoe zo verwoestende maar o toch zo heerlijke rook meteen naar je hoofd stijgt en een lekker gevoel geeft. Nog tijdens het uitblazen bemin ik haar opnieuw volop met de ogen.

Intussen heeft ze zich naar mij gedraaid en zit ze achteloos met haar vingers krulletjes te draaien in mijn weelderige borstharen. Daar is ze wel dol op, ja. Weer zo een moment dat je zó moet kunnen stopzetten, en wel liefst voor eeuwig. Maar al voelt een mens zich soms wel God, hij is het bijlange nog niet.
‘Ik wil ook nog,’ zegt ze met dat frêle stemmetje.
Uitgehongerd zet ze die kleine fijne lippen rond de filter nadat ik haar de sigaret terug aangereikt heb. Ik kan het niet laten om zachtjes in een van die zo uitdagend priemende tepels te nijpen.
‘Uuhh,’ kreunt ze,  rook uithoestend, ‘wat doe je nou? Je doet me pijn!’
Het getroffen plekje voorzichtig betastend en met haar andere hand een blonde lok voor het gezicht wegvegend, zet ze intussen een pruilmondje op.
‘Doe dat nooit meer, wil je?’.
‘Schatje, het was maar om je te plagen, je bent zo lekker dat ik niet van je af kan blijven.’
‘Dat weet ik’, zegt ze, geheel ontwapenend en niet bewust van haar meisjesachtige ijdelheid.
‘Ik zal je óók eens pijn doen,’ kirt ze dan, met kinderlijk getuite lippen terwijl ze met al haar vingers aan mijn borstharen probeert te trekken. Seffens krijg ik nog op mijn blote kont, denk ik bij mezelf terwijl ik glimlachend naar die gemaakt kwade uitdrukking op dat voor de rest volkomen onschuldig engelengezichtje kijk. Jezus, wat een schat! Gelukzak die ik ben dat ik haar delven mag…

‘Gaan we samen douchen?’ vraagt ze een halve minuut later, andermaal met dat iel, verdovend stemmetje van haar. ‘Je hebt me plakkerig gemaakt.’
‘Wacht nog even, schatje,’ sus ik, loom, ‘laat ons nog even genieten van ons samenzijn.’
Het is broeierig warm, airco kennen ze in dit soort van etablissementen niet. Liefde is topsport; daar ben ik al lang van overtuigd. Getuige ook de transpiratie waarin mijn lijf baadt. Maar love is all you need, en je moet je ergens voor inzetten. Ik doe het in elk geval liever dan die paar masochistische collega’s uit de directieraad die zich een paar keer in de week in het zweet kloppen achter dat zo frustrerende squashballetje. Elk zijn hobby, denk ik dan – ieder zijn meug.

Met gespitste oren kijken we vervolgens elkaar enkele seconden muisstil aan om dan in geproest los te barsten: sinds een minuut of zo klinkt uit één van de belendende kamers luid vrouwengekerm.
‘Precies alsof die aan het bevallen is,’ hikt Jolien.
‘Je kan er overigens ook wel wat van,’ merk ik op.
‘Toch niet zo overdreven als DIE!’ reageert ze meteen, een beetje verontwaardigd.
‘Je doet het met meer stijl, dat wel.’
‘Ah, ik dacht het al.’
Van een gebrek aan enige ijdelheid –andermaal – kan men haar moeilijk beschuldigen.
‘Het is het geluid dat bij dit soort van etablissement hoort. Moesten de muren oren hebben, amaai…,’ lach ik.
‘Het geluid van de liefdesnestjes,’ giechelt ze.
Zo is ze, steeds romantisch – zoals met die omschrijving van wat ik al een ordinair rampetampkamertje zou noemen.

‘Het geeft een gevoel van tristesse en fataliteit,’ zeg ik, doodernstig nu, ‘als ik eraan denk dat ik me de komende tijd noodgedwongen zal moeten wijden aan de studie van een nieuw vak dat vanaf het komende schooljaar officieel op het leerprogramma wordt ingeschreven.’
‘En wat mag dat wel niet zijn?’ vraagt ze, een en al nieuwsgierigheid, ‘Chinees misschien?‘
‘Nee, zotteke,’ antwoord ik direct, ‘de leer van de miskunde.’
‘Miskunde – hihi’, giechelt ze.
‘Ja,’ schraap ik mijn keel, ‘de leer van hoe kundig met gemis om te gaan – in dit geval ook nog eens het gemis van een echte, beeldmooie miss. Bovendien roep ik je uit tot Miss kunde, want je bent de beste in alles!’

‘Je gaat verdorie ook toch zo lang weg ook,’ smijt ik haar dan toe. Ja, ik zit er wel mee…
‘Jup,’ zegt ze vrolijk, mijn gevoelens terzake schijnbaar moeiteloos negerend, ‘drie weken Spanje, ik kijk er echt naar uit. Ik moet seffens voortmaken met inpakken.’
‘Ik zal je echt missen, Jolien,’ en in mijn oren hoor ik een stem die maar droevig klinkt.
‘Wacht even,’ zeg ik dan, en ik rol me naar mijn kant van het bed waar ik op de vloer ternauwernood aan mijn nonchalant op een hoopje gedrapeerde broek kan. Uit de kontzak vis ik mijn portefeuille. Ik grabbel er vijftig euro uit en steek het haar toe.
‘Hier, wat extra, je hebt het verdiend. Vakantiegeld! Doe er daar maar iets leuks mee.’
‘Zal er niet aan mankeren!’ antwoordt ze speels, mijn linkerwang vervolgens een vlugge zoen trakterend. Nadat ze het briefje aan haar kant op het nachtkastje heeft gelegd, vleit ze zich terug tegen me aan. Ze gaapt als een jong poesje, elk moment verwacht ik het gezellig geknor van gespin te horen.

Geluiden! De soundtrack van een goedkope pornofilm die uit de buurkamer ongewild te beluisteren valt, kan maar op twee manieren op je systeem inwerken: ofwel als grote bron van ergernis, ofwel je weer in een bepaalde sfeer brengen. Ik streel haar, ik duw mijn bekken tegen haar achterste om haar duidelijk mijn hervonden vurigheid te laten voelen.
‘Ik wil douchen,’ zegt ze weer, ‘ik voel me zo vies.’
‘Ja goed, we gaan douchen,’ stem ik in. ‘Maar eerst nog een vluggertje, drie minuten – langer niet,’ terwijl ik haar van me af duw en op haar rug leg.
Ik ga ervan uit dat die drie minuten die ik voorstelde toch echt wel weinig gevraagd is voor het extra geld dat ik haar gaf. Zo intelligent zit ze nu toch ook weer in elkaar, hoop ik.

‘Heb je een vriendin?’ vraagt ze dan.
‘Jou.’
‘Maar ik bedoel een echte!’
‘Nee.’
En jij, heb jij een liefje?’ wil ik op mijn beurt weten.
‘Jep.’
Ik denk dat ze dan iets van een siddering moet gevoeld hebben. Jaloersheid is blijkbaar eigen aan de mens, in alle omstandigheden.
‘Wil je weten wie?’
‘Nee,’ antwoord ik kordaat. No way.
‘Ik zeg het toch: ik zal hem zelfs aanduiden!’ en ze klopte met haar wijsvinger op mijn borstkas.
Engeltjes, ken je dat? Dansende engeltjes, niet alleen rond maar ook in je hoofd.
‘Ik heb er ook één,‘ zeg ik dan.
‘Zojuist ontkende je nog, flauwe…’

‘Straks moet ik ook nog voor mijn definitief rijbewijs.’
‘Ik wens je alle succes toe,’ meen ik oprecht terwijl ik haar op het voorhoofd kus.
Nooit had ik intenser het gevoel dat ik een soort van vaderfiguur voor haar ben. Ja, ook dat…
‘Kom je supporteren?’
‘Ben je mal? Wat zou je moeder wel niet denken van mijn aanwezigheid?’
‘Je hebt gelijk – en ik zou er ook alleen nog maar nerveuzer van worden, schat ik.’
‘Schat ik -’ herhaal ik, ‘jij bent mijn grote schat!’
‘En jij mijn beer.’
‘Als we een jaar verder zijn hebben we onze handen vrij.’
 
‘Oh ja,’ zegt ze dan, nog steeds de ogen dicht, ‘vanaf september kom ik bij je thuis.’
‘Ben je mal,’ reageer ik meteen, en dan, vermanend uithalend: ‘stoute meid!’
Wat zeg ze nu toch? – kraakt het in mijn hoofd. Dat meent ze toch niet?
‘Nee nee, je begrijpt het niet,’ richt ze het hoofd op, met die helblauwe kijkers recht in mijn ogen turend, ‘had ik je dan nog niet verteld dat de voorwaarde om over te gaan het terugschakelen van zes naar vier uren wiskunde was? Die ambitie om ingenieursopleiding te volgen heb ik bij het groot vuil gekieperd… ‘
‘Maar je bent zo’n snuggere meid, intelligent als ik weet niet wat, je moet..’
‘Ja papà,’ onderbreekt ze me (als ik te belerend word, gooit ze het woord papa naar mijn hoofd), ‘doe niet zo mal, zit zo niet achter mijn veren aan. – Sorry, ik had niet zo mogen uitvliegen, ik weet dat je het goed met me meent. Maar ik wil iets met taal gaan doen, ga eventueel zelfs een creatieve richting uit.’
Ze stak opnieuw een sigaret op.
‘Awel dus, voor dat vak met vier uren wiskunde – miskunde met een w,’ en ze knipoogt, ‘kom ik met je dochter in de les zitten. Leuk hé, kunnen we samen huiswerk maken.’ Ze glundert. ‘Over cos, tan, angle180, en dat hele kutgedoe.’
Ze straalt en beseft het niet, zo achteloos en onbezonnen als ze maar kan zijn, maar ze geeft  me een loeiharde slag in het gezicht.
Zij is onmogelijk – of liever: wat wij hebben is onmogelijk. Hoe lang duurt dit nu al en hoe ver heb ik het in godsnaam ooit zo laten komen? Haar opmerking spitst me als een kegel in de maag.

‘Je dochter is toch om de week bij jou, niet?’ informeert ze met haar hoge stemmetje.
‘Ja’, antwoord ik, al lijkt het meer een uitgesponnen zucht.
‘Wordt wel leuk dan!’

‘Hey beer, wat is me dat nou?’ kirt ze, me in het kruis grijpend, ‘wat wordt die ineens zo klein, net een kinderpietje. Hihi!’
Ze giechelt terwijl ze met enige zweem van spot tussen duim en wijsvinger het uiteinde van het slurfje omhoog trekt. Gelaten onderga ik het tafereel, als een toeschouwer. Met enige verbijstering ook: verdomd, ze lacht met me!
Iets hoger, in mijn maag, ligt intussen wel wat te groeien. Een steen zo zwaar als ik weet-niet-wat.
‘Is hij in slaap gevallen of zo? Laten dan maar gaan douchen!’ en nadat ze haar peuk heeft uitgeduwd trekt ze me met al haar kracht en jeugdige energie het bed uit.

‘Ik koop wel iets heel leuks met wat je me gaf, wees maar niet ongerust’, ratelt ze terwijl ze de kraan opendraait en me eerst onder een fiks koude waterstraal zet.
‘Sorry,’ zegt ze, geknield naast me zitten, draaiend aan de kraan, ‘was echt niet de bedoeling.’
Het sarcastisch lachje op haar mond zegt genoeg.

 

Fan van Giel? Lees dan ook zijn verhalen, haiku's, romans en meer... Luk Gybels

 

Alle verhalen van: Giel

Fijn verhaal 
+7

Reacties  

Wat een leuk verhaal zeg.
Goed bedacht en heel leuk gebracht, Giel. Alweer een pereltje aan jouw kroon :P
Heel verrassend, of te wel totaal niet wat je verwacht :-| Boeiend geschreven!!
Geraffineerd geschreven verhaal met een rauw randje en een dubbele bodem. Heerlijk! Dit is Schrijven met een hoofdletter :-)