Turven in Salou

Informatie
Geschreven door Giel
Geplaatst op 20 juni 2020
Hoofdcategorie School | Werk | Vakantie
Aantal reacties: 1
2604 woorden | Leestijd 14 minuten


De hoogte van het bed in mijn strandbungalow is behalve gezinsvriendelijk ook bedacht op neukgemak. Geknield zittend op de vloermat trek ik de vederlichte blonde deerne, Anne genaamd, met haar enkels over de matras naar me toe. Schaargewijs open ik haar dijen en met mijn handen om haar slanke taille gekneld, schuif ik ze op mijn berubberde sjarel. Als een warm mes door boter klief ik haar hunkerend kutje. Zó mogen we het wel hebben. Lekker ding is dit, en meteen al de eerste vis aan de haak. Niet slecht gepresteerd, denk ik zo, voor iemand die een half uur voordien nog niet eens op zijn vakantiebestemming gearriveerd was.

 
***
 

Misschien even kort recapituleren. Ik had nog maar pas uitgepakt. Nou ja, wat je uitpakken noemen kan. In mijn nog niet eens voor de helft gevulde rugzak zat wat zomerkledij, zwembroeken en condooms.
 
Het allerbelangrijkste droeg ik vooraan in mijn slip, het magische Zwitserse zakmes waarmee ik alles opengeknipt krijg wat opengeknipt dient te worden.
 
Bij mijn aankomst voelde ik weer die opwinding, de uitgelatenheid van een klein kind dat, loerend naar die immense speeltuin, hunkerde naar dagenlang wipplezier.
 
Op Salou geen poespas, dit is de plek waar je naar toekomt om te genieten, om te consumeren, om te nemen en – voor al wat V is – genomen te worden. Na een jaar van hard labeur als topverkoper (nou ja, bescheiden ben ik zeker, maar de waarheid heeft toch ook zo zijn rechten, niet dan?) in de olie- en smeermiddelenbranche mag nu de riem er wel even af. Zonnig de zon, gewillig de vrouwen en uitgelaten ik: wat verwacht je nog meer van een vakantieoord?
 
Na nog geen tien minuten struinde ik al in zwembroek door het mulle strand.  Al moet gezegd dat zand en zee me eerlijk gezegd kunnen gestolen worden. Wat me werkelijk interesseert is die zandige tuin van eden, met de mooiste bloemetjes en ik daartussen het bijtje dat niet weet waar eerst te zoemen. Zo overdonderd door de plagepoezen die er niet voor niets liggen te pronken, als matrasjes in een meubeltoonzaal. Wat mijn belangstelling in het bijzonder wekt, zijn de strandkleurige gladde buikjes en dijen én het paradijselijke diepzeeduiken dat tussen die twee te gebeuren staat.
 
Nog voor ik een ligplaatsje vond, botste ik aan het ijscrémekarretje op een fantastische langbenige, blonde schoonheid. Gehuld in een zwartkleurig bikinietje van niets stond ze poeslief aan een bolletje te likken.
 
‘Goh, wat is het warm hé!' – meer zei ik niet en zij beaamde mijn bevinding, en meteen hoorde ik dat ze uit Nederland kwam. Me vastklinkend aan die blauwe kijkers van haar besloot ik dat dit hèt ogenblik was om een balletje op te werpen en ja, ze zag het stande pede zitten om in mijn vlakbij gelegen zomerhuisje wat afkoeling te zoeken. Nou ja, wat je afkoeling noemt: de hitte van de zon vervingen we door die van onszelf.

***
 

In putje zomer en bij een temperatuur van 33 graden Celsius een beetje kerstmis vieren. Dat is het gevoel dat ik heb als ik het prutserige stukje stof van haar lichaam trek. Ze is als een geschenk van onder de kerstboom waarvan ik de cadeauverpakking vol verwachting en opwinding aan het openscheuren ben. I love this job en de niemendalletjes rond haar bekken en borstjes maken haar nog begerenswaardiger. Ik laat er allesbehalve gras over groeien en leg meteen aan bij haar, zoals ik trouwens in het begin al aangaf.
 
Het is bijzonder lekker neuken met Anne, ik duw mijn bekken stevig tegen haar sjofel kruisje, trek snel terug, erop lettend dat mijn eikel niet uit haar flamoes wipt en bundel dan weer alle energie die ik in me heb om beneden mijn ballen te horen kletsen tegen haar strakke billen.
 
‘Hmm', kreunt ze, en dat is nog maar het begin van onze dialoog.
 
‘Hhhagggr', antwoord ik van mijn kant.
 
We rampetampen tot de gensters er van afvliegen, andere badgasten moeten intussen wel denken dat er weer eens vuurwerk afgestoken wordt. Ik naai haar zo intensief dat, moest er echt draad bij te pas komen, enkele tientonners met opleggers niet eens zouden volstaan om het een half uurtje vol te houden. Ik djoefel, schoffel en pook zo hard dat het een lieve lust is. Even vrees ik dat mijn billen het ritme niet kunnen houden – hun fysieke conditie evenwel te laag inschattend, blijkt snel. Ook de langs alle kanten shakende tepeltorentjes van haar uitermate lekkere tieten weten onder dit aanhoudend aardbevingsgeweld niet meer waar ze het hebben. Op deze manier buffelen is het einde. Mijn gemalin van dit heerlijk gebeuren weet opmerkelijk genoeg tussen al haar animaal gekreun en gesteun door toch nog de kracht te vinden om met een vismondje de nog resterende zuurstof uit de kamer te zuigen.
 
Ik overschouw het strijdtoneel, als een glorieus maar nog niet volkomen tevreden krijgsheer. Ik besluit haar nu eens echt een poepje te laten ruiken, met haar eerst in een positie boven op mij te brengen, zodat ik nog altijd haar gezicht zie om hierna haar als een poppetje om te draaien zodat ik haar met die zalige memmen van haar gemakkelijk kan besturen. En ja, natuurlijk, vervolgens – woef waf, gromgrom, bijt, lik – op z'n hondjes, haar integraal tot teef makend en haar de kers op de taart schenkend van het neukfestijn van haar leven. Nooit zou de liefde voor Anne nog hetzelfde zijn.
 
Doch terwijl ik tot stap één van dit genieus vogelscenario wil overgaan, raak ik eh, als het ware bezeten door een soort van beginnerduiveltje en merk ik tot mijn verbazing dat mijn omelet al gebakken is. Sneller dan verhoopt.
 
‘Zoiets overkomt me nooit', is het enige wat ik kan uitbrengen als ik van tussen haar dijen kom en rechtsta.
 
‘Speedo Gonzalez, een turbo ben je.'
 
Nou, leuke complimenten kunnen me nu wel wat opbeuren.
 
‘Je bent wel zo eentje dat kickt op snelheid, is het niet, Anne?' vraag ik met enige met fake tot stand gebrachte vrolijkheid.
 
Maar als ik vervolgens de spottende uitdrukking op haar gezicht opmerk, besef ik dat de bloemetjes die ze naar me gooit nog in hun pot zitten.
 
‘Het is om te beginnen Hanne, met de H van hansworst', en daarbij kijkt ze haast minachtend naar mijn penis die ik intussen van het condoom ontdoe, ‘en ten tweede heb ik het toch meer op kuieren in de kronkelende straatjes van een vissersdorpje om dan pas de top van de heuvel te bereiken.' Waren ze cryptisch, het soort woorden die ze uitsprak?
 
‘Voorspel is voor jou geen liefdestechniek maar enkel de manier waarop je vrouwen ziet: voor spel.'
 
En uitgerekend dat kwam uit de mond van een slons die zich nota bene met een kletsnatte kut (!) in mijn bed aangeboden had (!!) en nu als een beteuterd schoolmeisje lag te jammeren dat ik haar ocharme niet gelikt of gezoend had.
 
‘Kan je lezen? Zoek dan in een woordenboek het woordje romantiek maar eens op', snauwt ze me verwaand toe, intussen het bovenstukje van haar bikini vast hakend.
 
‘Romantiek is niet aan mij besteed, geef mij maar automatiek', probeer ik van me af te bijten. Een beetje sullig, die opmerking, besef ik gelijk. ‘Bovendien is romantiek vreemdgaan, en dat doe ik mijn verloofde niet aan.'
 
Ze komt met een uitgestoken vinger op me af, dreigend, alsof ze me elk moment een klap voor mijn bek wil geven.
 
‘Noem jij wat we zojuist deden niet vreemdgaan dan?' sist ze een en al ongeloof.
 
‘Nee,' slik ik, ‘dat was even een fitnesje doen en heeft in de verste verte niets te maken met het verpachten van je hart.' Wel mooi gezegd van me, al vind ik het zelf.
 
‘Vuile macho!' werpt ze me zowaar naar het hoofd. Nou is dat precies iets wat je niet tegen mij moet zeggen want ik sta op mijn lichaamshygiëne als geen ander en bovendien bezit ik manieren. Ik ben geen boer maar topverkoper! Nog wat anders dan de ‘grafisch ontwerpster' waar zij zich voor uitgaf. Ach, denk ik dan, doe niet zo moeilijk en zeg toch gewoon dat je in een fabriek aan de lopende band grafzerken produceert.
 
Ze is intussen vertrokken. Arrogant en ondankbaar kutwijf dat ze is – heb ik ze in geen tijd een groot onderhoud gegeven en dan presteren ze het om je af te zeiken.
 
Romantiek, versieren, het hof maken. Jezus, je kan mijn rug ermee op. Hofmakerij is voor de thuisblijvers, voor die slungels, de acnéschilderijtjes, de calorieënmonstertjes en andere misbaksels die zich voor mijn part maar moeten inschrijven in een of andere tuinbouwschool om daar de opleiding hof maken te volgen. Ik ga er van uit dat de vrouwen die hier rondlopen allen, zonder enige uitzondering, in het bezit zijn van een al gefabriceerd én gedistingeerd hofje – hen hoef je er geen te maken! Geen gezeik rond mijn hoofd, geneukt zal hier worden, godverdomme!
 
Die Anne, of Hanne of wat het ook mag zijn, was eigenlijk wel lekker, tenminste alvorens ze dat snuitje van haar opentrok. Ik moet bekennen dat op dat moment even een zekere benauwdheid zich meester maakte over mij. Enkel al die verbeten en vol dreiging zittende grimas die op haar lippen lag. Lippen die nochtans even voordien nog zo rein waren, op het moment dat ze mijn toeter omsloten.
 
Maar onder haar hoofdstukje trek ik nu een dikke lijn. Te onthouden is dat ze een verrukkelijk foefje had dat als gegoten zat rond mijn leuter en dat het goed ketsen was met haar. In het logboekje dat ik van mijn vakantie bijhoud, geniet ze de eer het eerste streepje te zijn. Ik schrijf haar in als een 6,5 op 10, wat ze ook verdient, ten minste als we de compleet overbodige en nietszeggende conversatie achteraf terzijde laten.
 
In een zijzakje van mijn rugzak zoek ik een doosje met van die blauwe tabletjes. Nou ja, je weet wel, pilletjes voor ouwe rukkers, maar ook uitermate geschikt om jong testosteron een dag of tien onafgebroken op toppeil te houden.
 
En dan merk ik hoe die schitterende grote rode bol zich intussen niet ingehouden heeft en aan de onderkant al een beetje zee is geworden. Of de zee op die plek zon; het is maar hoe je het bekijkt. Ga ik uit of zal ik toch nog maar even het strand opgaan, vraag ik me af. Ik besluit het  laatste te kiezen, er zal toch nog wel wat te rapen zijn, laat ons hopen.
 
Op het moment dat ik de deur van mijn optrekje dichttrek, hoor ik in slecht Engels opgewekte begroetingen van twee beeldschone huppelmeisjes. Een brunette met sproeten en eentje met lang zwart haar, de dartele bewoonsters van de bungalow links van de mijne die kennis komen maken met hun nieuwe buur. Of ik geen zin heb om wat te komen nuttigen, klinkt het nu in een merkwaardige maar oversympathieke mix van Engels en Duits. Tjonge, ze zijn al aardig in de wind en in hun vakantiehuisje zie ik het sproetjesgezicht dan ook de meest vreemdsoortige cocktails mixen. De andere brengt intussen het rollen van een grote straffe sigaret tot een goed einde en laat ze vervolgens van hand tot hand gaan. Eentje is onderwijzeres, als ik het goed begrepen heb, de andere kassierster. Ze eindigen allebei op een a, de ene Lena, de andere Mina en dat ze beiden zo krols zijn als wat, staat als een paal boven water, ten minste als dat laatste niet hoger staat dan ongeveer vijfenzeventig centimeter.
 
Mijn verbale kennis van het Duits is niet van die aard om over naar huis te schrijven, wat evenwel geen belemmering vormt daar mijn non-verbale kennis van die taal er weer wel mag zijn. In die mate zelfs dat we al snel dollend op bed belanden om daar wat te doen aan de fenomenale werking dat het middel Viagra intussen op me heeft. De twee Duitse mädchen zijn zo wild en willig als duizend kloosterzusters, ze vragen, wat zeg ik: ze smachten gewoon naar de goedgebouwde parelvisser die ik ben. Bij momenten heb ik het gevoel alsof ik op een roetsjbaan zit. Overal grijpgrage handen en tastende vingers, begerige tongen, opdringerige borsten, een wirwar van naakt vlees. En ik kan het niet bijhouden in wiens gaatje mijn snikkel zit te lanterfanten, én of hij in vaginale of anale oorden verkeert, want beide lellebellen laten zich in alle beschikbare openingen uitwonen, ongelooflijk maar waar. En zoals Mina, of is het Lena, enfin dat wicht met de lange gitzwarte haren pijpen kan! Goddelijk haast, alsof ze met een jongeheer in de mond geboren is.
 
Dit is Duitse grundligheid, twee snollen die me verscheuren maar de manier waarop ze dit doen is ronduit mieters. Een zonsondergang zoals ik er nog duizenden wil beleven. Lekker fokken als de beesten.
 
Eerst komt de kleinste klaar, het meisje met de kastanjebruine haren, het mokkeltje dat door haar vriendin bediend werd met de tong en wiens hoofd ze, schokkend en daverend, met haar dijen als notenkraker vervaarlijk in de tang neemt. Waarop dat laatste meisje, die ik langs achteren paar, haar orgelpunt beleeft, gillend en krijsend, alsof ze levend gevild wordt terwijl in feite de enige handelingen die ik met haar verricht bestaan uit het haar met mijn ding vossen, haar kostelijk aan de tepels trekken en het zetten van hooguit een viertal zuigvlekken in de nek, meer niet.
 
Maar ze had het dus niet meer in de hand, in tegenstelling tot mij evenwel. Stokstijf stond hij er nog altijd bij, als een vlaggenmast, en niets liet vermoeden dat mijn toeter zich dra zou gaan gedragen als een goed dooreen geschudde fles spa rood waar de stop van afgedraaid wordt. Niettemin zat er bij momenten wel een orgasme te borrelen in mijn ballen, ik had er al een paar voelen naderen maar die waren keer op keer als een komeet langs de aarde gescheerd.
 
Mina en Lena (wie nu de ene is en wie de andere weet ik nog steeds niet), twee geile kippen, chapeau, hoedje af – maar ik voel me als de meester-kok die hen klaarstoomde zonder zelf aan tafel uitgenodigd te zijn. Twee hete brokken die ik, hoe eigenaardig ook, op de een of andere manier niet verteerd krijg. Overgeil dat ze waren – of zeg ik beter ovengeil? – valt hen niets kwalijk te nemen.
 
Misschien had ik er beter aan gedaan in plaats van twee maar één enkel blauw wonderpilletje in te nemen. En ach, dan is er natuurlijk ook nog de combinatie met alcohol, xtc en marihuana, plus de vermoeidheid. Van reizen word je er niet fitter op en de jongste dagen sliep ik al weinig, door de obligate afscheidseks met mijn verloofde.
 
Erop lettend de twee mij flankerende vrouwen niet wakker te maken klim ik behoedzaam hun bed uit en besluit ik het mijne op te zoeken. Want morgen is er weer een nieuwe dag, en dan, dan pas zal ik er met volle kracht invliegen, reken maar.
 
Net voor ik het leeslampje uitknip, turf ik naast dat van Anne nog twee streepjes bij in mijn notaboekje, onder de rubriek 'Geneukt' en mét – eerlijk is eerlijk – tweemaal de toevoeging 'Evenwel Niet Gespoten'.  Dat laatste gebeurt uiteindelijk dan toch nog, in mijn hand. Is die meteen al ingesmeerd met zonnecrème en morgen dus direct paraat om in mijn turfspeeltuin vers en heet meisjesvlees mee te bepotelen. Slaap zacht.
 
Goiegod, ik ben bezig met mijn spullen in te pakken. Een kwartier geleden kwam de campeeruitbater me persoonlijk zeggen dat ik hier niet langer welkom ben en dat ik onmiddellijk dient op te krasse.
Ach, er zijn nog campings genoeg in Salou.
 
© giel

Alle verhalen van: Giel

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Een rauw verhaal, maar met zulke ludieke woordspelingen verteld, dat het spontaan tot een hoger niveau wordt verheven. Je bent een ware kunstenaar met woorden, Giel. :lol: