Zeg gewoon ja

Informatie
Geschreven door Vanille
Geplaatst op 11 oktober 2019
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 4
3354 woorden | Leestijd 17 minuten

Dit verhaal moet ik met de nodige zorgvuldigheid vertellen. Het luistert nauw, ik wil geen verkeerde beelden schetsen. Het gaat over kwetsbare mensen, gewoon over mezelf en Tom, maar in feite ook over jou, over mannen en vrouwen die respect verdienen. Het gaat over liefde met een hoofdletter L. De Liefde die je ieder gunt, misschien zelfs je ergste vijand. De Liefde die zindert en die je adem doet stokken. De Liefde die in je lijf kruipt als een aangename gloed en die je voor altijd vast wil houden. Daarover kun je niet anders dan behoedzaam vertellen. Daarbij passen geen platte woorden.

Het was een aangenaam warme dag in juli, ik was vrij en het strand was op fietsafstand. Ik hoefde niet lang na te denken over mijn plan voor die dag. Ik smeerde me in, hees me in een spiksplinternieuwe bikini (mosgroen), plukte een zomerjurk (grasgroen) uit de kast, stopte een boek (De hemel verslinden) in mijn tas en peddelde strandwaarts. Ik houd van het strand en haar bijbehorende zee. Het maakt eigenlijk niet uit wat voor weer het is, op het strand is het altijd aangenaam.

Ik streek neer bij paviljoen Zon & Zee. Daar staan bedjes die heerlijk liggen en grappige onnederlandse parasols van riet. Er was een aangenaam briesje dat de warmte draaglijk maakte. Hoewel ik nog maar betrekkelijk kort uit bed was, sloot ik toen ik ging liggen meteen mijn ogen. Ik sliep niet, maar wiegde op de geluiden van het strand en de zee. Golfde op de geur van zand en zout water. Ademde de lucht van de kust. Het was een geluksmoment dat ik zo lang mogelijk vast wilde houden. Maar zoals dat gaat met die ogenblikken, ze worden altijd te vroeg verstoord. Over de rand van mijn zonnebril zag ik hoe een paar bedjes verderop een man neerstreek. Hij had een knotje en een baard. Mijn god, een man met een knot. En een zwembroek met Hawaï-motief. Oké, ieder zijn meug. Niets zorgelijks om mijn geluksmoment te laten bederven. Ik sloot mijn ogen weer en ademde diep. De zilte zuurstof tintelde in mijn borst. God, wat lag ik lekker. Wat voelde ik me fijn.

Wat de reden was om weer in zijn richting te kijken weet ik niet. Maar ik deed het. Dit keer lichtte ik mijn bril omhoog. Hij lag net als ik op zijn rug, met zijn ogen dicht. Zijn borst en buik waren donker behaard. Hij leek van mijn leeftijd, iets ouder misschien. Genoot hij net als ik van zijn geluksmoment? Voor ik weg kon kijken draaide hij zijn hoofd in mijn richting. Hij zag me, sterker nog, hij keek naar me. Bij wijze van groet bracht hij twee vingers omhoog. Groet? Hoezo groet? Hij stak twee vingers omhoog, niets meer, niets minder. Van schrik liet ik mijn zonnebril zakken en staarde naar de onderkant van de parasol. Waarom versnelde mijn hartslag zich? Ik pakte mijn tas en zocht iets zonder iets te zoeken. Ik trok mijn boek tevoorschijn. De bladwijzer zat bij bladzijde 40/41. Ik probeerde te lezen op mijn rug, het boek met mijn armen omhooghoudend. De letters dansten voor mijn ogen zonder dat ik las.

Opeens wist ik waar ik aan toe was: koffie. Bewapend met portemonnee liep ik over de houten vlonder. Hawaï-zwembroek keek op toen ik passeerde. Hij bleef me iets te lang aanstaren. Leek me. Hoewel ik wel even naar hem moest staren om dat vast te kunnen stellen. Hij had werkelijk een keurige knot. Bijna een om jaloers op te worden.

‘Hai.’ Hij zei het nauwelijks hoorbaar.

‘Hai,’ herhaalde ik weinig origineel. En het was gek, maar opeens vóélde ik mezelf lopen. Of lopen, deinen meer, met ongetemd draaiende billen en wild wuivend kapsel. De seconde daarvoor was er niks aan de hand geweest. Eerlijk niet. En nog iets: ik was op weg naar de koffie, maar kon me nu al verheugen op de terugweg. Doe normaal, zei ik tegen mezelf. Doe lekker zelf normaal, zei ik terug.

Hij lag te lezen toen ik terugliep met mijn koffiebeker, hij lag op zijn linkerzij. Hij sloeg juist om toen ik passeerde en kwam half overeind.

‘Is de koffie hier goed?’ Hij schoof zijn zonnebril in zijn haar. Zijn ogen waren diepbruin, zijn wenkbrauwen bijna zwart.

‘Eh, wel oké, vind ik.’ Ik was hier niet om koffie aan te bevelen. Ik stelde niet zulke strenge eisen.

Terwijl hij verder overeind kwam, gleed zijn boek in het zand. Met verbijstering keek ik naar de blauwe voorkant. Dat was mijn boek! Hij had in mijn afwezigheid gewoon mijn ‘De hemel verslinden’ gepakt! Ik keek naar het boek in het zand, en vervolgens naar mijn ligbed. Mijn verwarring groeide, want daar lag mijn boek gewoon waar ik het had achtergelaten. Blauwe voorkant, de bladwijzer stak erbovenuit.

‘Is er iets?’ Knotje keek me onderzoekend aan.

‘Je boek,’ zei ik en viel stil.

‘Ken je het?’ Hij raapte het op en veegde het zand eraf.

‘Ik..., ik lees het,’ en ik wees naar mijn bedje.

‘Echt?’ Hij keek achterom, alsof hij eerst moest zien, dan pas geloven. ‘Wat toevallig. Waar ben je?’

Ik ben hier, dacht ik, ik sta voor je, kijk maar, mooie man. Waar ik was? Wat ik me herinnerde, was dat het meisje met de jongen naar bed ging.

‘Bladzij 40 of zo.’ Er golfde koffie over de rand van het bekertje. Er viel een druppel op mijn been.

‘Niet! Serieus?’ Hij opende het boek, hij was een ezelsorenvouwer. ‘Kijk, dan.’ Hij tilde het boek omhoog, opengeslagen bij pagina 40. ‘Dat is wel heel erg toevallig!’ Van opwinding zakte zijn bril omlaag en bleef scheef op zijn neus hangen. ‘Je wist dat die twee met elkaar in bed zouden belanden, toch?’

Hij sprak luid. Ik keek om me heen of er omstanders meeluisterden. Dit was een licht gênante conversatie. Ik bracht de koffie naar mijn mond.

‘Ik zit toch niks te spoileren, hoop ik? Vind je het mooi tot nu toe?’

Mooi? Hij was een erg mooie man. Een volle zwarte baard, een oorbelletje, gespierde armen, lange slanke vingers.

‘Ja, ik ben benieuwd hoe het verder gaat.’

‘Ik ook.’ Als hij lachte, kwamen zijn witte tanden bloot.

‘Nou, dan ga we maar gauw verder lezen.’ Ik maakte aanstalten om verder te lopen.

‘Ik haal ook even een koffietje.’

Ik keek hem na. De slanke rug, de lange benen, de knot, de billen in zijn Hawaï-zwembroek. Ik opende mijn boek, pagina 40. De letters, de woorden, ze vormden een onontwarbare janboel.


Ze namen onaangekondigd plaats op de twee ligbedden die mij scheidden van knottie: twee Duitsers, een man en een vrouw, luidruchtig en dik. Ze smeerden elkaar omstandig in met zonnecrème. De bedjes kraakten toen ze plaatsnamen. Ze lagen erbij als twee doden, een duo dikke Duitse doden. Twee bergen opgehoopt vet. Bij haar puilde de navel als een puist naar buiten. Als ik mijn nek rekte, kon ik knotteman nog net zien. Zijn blik gleed over de ingevette pensen naar mij. Drie seconden later stond hij naast me.

‘Zwem jij?’

‘Nee, ik lees,’ loog ik.

‘Zin om te zwemmen, dan? Het is best warm.’

Hij was aandoenlijk aanhoudend. Als zijn missie om mij over te halen zou mislukken zou dat sneu zijn. Hij kon toch ook alleen gaan zwemmen? Ik tergde hem nog even door besluiteloos naar de zee te staren. Alsof de afstand ernaartoe me demotiveerde.

‘Oké,’ zei ik en ik kon mijn lach niet onderdrukken. Hij keek opgelucht. Zijn buik was plat, zijn borst breed.

‘Je lacht ondeugend,’ lachte hij.

We lachten, braken ijs en liepen zij aan zij naar de Noordzee. Ik ging zwemmen met een vreemde man. Bij de waterkant hield ik in. Hij pakte mijn hand en trok me mee met lichte dwang. Wat hij niet wist, was dat ik hield van lichte dwang. Ergens toe geprest worden wat je eigenlijk niet wilt, maar diep in je hart weer wel. Blijf van me af-raak me aan. Niet aan mijn bikini zitten-trek het uit. Raak me daar niet aan-voel hoe nat ik ben.

Hij dook onder en kwam druipend boven, zijn knot nog in de plooi, zijn borsthaar vol minuscule druppels zeewater.

‘Tom,’ zei hij.

‘Renée,’ zei ik en verdween onder water.

We keken de Duitsers weg, wat niet echt lukte. Ze waren niet alleen lijfelijk aanwezig, maar ook hun luidruchtigheid nam steeds meer plaats in. Met dat lawaai lukte lezen steeds minder. Bovendien had ik zin mijn zwemmaatje beter te leren kennen. We vingen af en toe een glimp op van elkaar en als onze blikken kruisten, waren die veelbetekenend. Gingen we gewoon wachten tot ze ophoepelden? Dat kon wel eind van de middag worden.

Tom heette hij dus. Tom, Tommie, Thomas. Hij had lef. Mij zomaar vragen met hem te gaan zwemmen. Een wildvreemde kerel. Een wildvreemde vrouw. Het was leuk, dat zwemmen. Hij was leuk. Hij vond mij leuk. Ik sloot mijn ogen, zag zijn bruine ogen, de kraaienpootjes bij zijn ogen. Ik hoorde zijn giechelende lachje. Zijn lichte stemgeluid.

‘Kom je hier vaker?’

Ja, ik kwam hier regelmatig.

Hij niet. Hij woonde in Amersfoort. Hij speelde hier met een band, gitaar. Waar? In het Kurhaus. Bijna elke avond. Dat deed ie in de zomer. De rest van het jaar gaf hij gitaarles op de muziekschool. Pop, klassiek, akoestisch vooral.

Of het kwam door mijn gedachtestroom, of gewoon door een opwelling, ineens was daar die drang mijn bovenstukje uit te doen. Gewoon lekker loom liggen met mijn borsten bloot. Ik zag de Duitsers kijken, gaf ze een verontschuldigende glimlach, streek met beide handen over mijn tepels en sloot mijn ogen weer.

Ik voelde dat hij naast me stond, opende mijn ogen en zag hem inderdaad. Borsten blijken magneten.

‘Stukje wandelen langs de zee?’

‘Eerst zwemmen, nu weer wandelen. Je bent een sportief typje, Tom.’ Ik duwde me overeind op mijn ellebogen.

‘Je kunt niet steeds lezen. De echte wereld is ook interessant.’ Hij gaf me zijn gulle lach. Die met de witte tanden.

We liepen noordwaarts, van de pier af, zeg maar, langs de zee die zich ebbig terugtrok, met zijn en mijn waardevolle spullen in zijn hippieachtige schoudertas. De Duitsers mochten onze boeken, handdoeken en kleren bewaken, inclusief mijn bovenstukje.

Ik kon me niet herinneren ooit topless gewandeld te hebben, maar het voelde heel vrij. En stoer. Ik had bekijks, maar weerstond de afgunstige blikken van vrouwen die ook wel wilden wat ik deed, maar niet durfden. Ik weerstond de nieuwsgierige mannenblikken die tegelijkertijd jaloerse blikken waren voor Tom. Wat zouden zij ook graag eens naast mij lopen.

‘Ik kan het niet laten om te zeggen, Renée.’

‘Wat, Tom?’

‘Dat ze prachtig zijn.’

‘Dankjewel.’

Ik strekte mijn rug en stak mijn borst nog meer vooruit dan ik al deed. Ik keek opzij, Tom ook. Mijn god, die ogen. Ik pakte zijn hand.

‘Je weet dat we in de richting lopen van het naaktstrand, hè?’

Hij antwoordde niet. We liepen zwijgend voort, hand in hand, mijn kleine hand in zijn grote.

‘Tom?’

‘Ik heb je gehoord, Renée.’

‘Oké. Je wist het al, hè.’

‘Ik wist het.’

‘Trek je straks je Hawaï-zwembroek uit?’

‘Wat jij wil, Renée.’

We liepen zwijgend verder. Hand in hand.

Verder, veel verder, in het territorium van de naakte zonaanbidders, doken we nogmaals in de zee. Onze broeken rustten op Toms tas in het zand. We stonden tot ons middel in de golven die tegen ons aan spoelden. Tom stond achter me, zijn armen om mijn middel geslagen. Hoelang kende ik hem nu, twee uur? En kennen? Ik kende hem toch helemaal niet, ook al stonden we hier als naakte golfbrekers in de Noordzee? Waarom voelden die behaarde armen zo vertrouwd en fijn? Ik duwde ze omhoog, hij snapte de bedoeling, zijn natte handen omvatten mijn natte borsten. Ik voelde zijn mond in mijn nek. Het bezorgde me kippenvel.

‘Je proeft zout.’

‘Ik ben een pittig meisje.’

‘Dat verbaast me niks.’

Hij kneep in mijn tepels op een manier die tederheid verraadde. Ik draaide me om. Een sterke golf dreef me dichter in Toms armen.

Na onze zwempartij hadden we een stil plekje kunnen zoeken om de liefde te bedrijven. Dat deden we niet en dat voelde goed. Wat we hadden was ontluikend, maar fragiel, seks had alleen maar afbreuk gedaan aan dat gevoel. Het was op dat moment voldoende om elkaar naakt vastgehouden te hebben, heel basic eigenlijk, Adam en Eva in het Paradijs. We trokken onze broeken weer aan, kusten elkaar op de mond en liepen hand in hand terug.

‘Ik kan mijn ogen niet van je afhouden,’ zei Tom.

Ik kneep in zijn hand.

Tom besprak het dilemma met de oosterburen en kreeg ze zover dat ze een bedje opschoven en hij naast mij kon liggen. We kletsten, lachten, pakten elkaars handen, keken onze ogen uit. De tijd verstreek als strandzand dat tussen vingers glijdt. We zwommen nog een keer en lunchten op het terras. Het was behoorlijk warm ondertussen. Dat was niet alleen een kwestie van het weer, de hitte straalde ook vanbinnenuit. Zelfs een ijsje kon de boel niet meer koelen.

‘Mijn hotelkamer heeft airco.’ Tom zei het terloops tussen twee likken ijs door.

‘Fijn voor je.’

‘Dus als je zin hebt...’ Hij leek verlegen opeens.

‘Waarin bedoel je, Tom?’ Hij moest het zeggen, hij moest gewoon aangeven wat ie wilde. Hardop, hier aan een tafeltje op het terras. Het kon me niet schelen wat andere terrasbezoekers zouden denken.

Hij boog voorover en fluisterde: ‘Als je zin hebt om met mij naar bed te gaan.’

‘Ik hoor niet wat je zegt, Tom.’

‘Renée, kom op.’

Ik likte omstandig aan mijn ijsje, mijn ogen op Tom gericht. Bloosde hij?

‘Dus je wilt wat verkoeling in je met airco gekoelde kamer? In het Kurhaus?’

‘Nee, ik zit in een klein hotelletje achter de Boulevard. Niet ver van... wat doe je?’ Hij keek spiedend het terras rond. Ik had de rechtercup van mijn bovenstukje opzij getrokken. De tepel keek nieuwsgierig langs de stof.

‘Daar komt de bediening,’ waarschuwde Tom.

Ik trok ook de linkercup opzij.

‘Is alles naar wens?’ Het was een jongen van een jaar of 18. Hij keek naar mijn borsten.

‘Ja, hoor,’ zei ik, ‘we vermaken ons prima.’

‘Mooi,’ zei de knul. Het was onduidelijk wat hij precies bedoelde. Vond hij het mooi dat we ons vermaakten, of vond hij mijn borsten mooi? Hij bleef even aarzelend staan en staarde ongegeneerd naar mijn roze tepels die strak de wereld in neusden. Tot hij zich omdraaide en een verhaal rijker verdween.

‘Renée, Renée.’ Tom schudde zijn hoofd.

Ik boog voorover. ‘Gaan we nu eindelijk naar je met airco gekoelde kamer?’

Tom liet zich naar achteren vallen op zijn stoel. ‘Tsss,’ bracht hij uit. Alsof hij leegliep.

De receptionist van het hotel begroette ons afgemeten en afkeurend, maar stopte ons niet toen we de kleine lift instapten. We stonden naast elkaar met ons spiegelbeeld tegenover ons. Een leuk stelletje op weg naar een snelle wip op een hotelkamer met airco. Heet, maar toch koel, zeg maar. Ik keek naar Tom, hij naar mij. Hij droeg een verschoten T-shirt met een afbeelding van een saxofoon met het woord zzaj eronder.

‘Speel je jazzmuziek?’ vroeg ik.

‘Ook, maar voornamelijk pop. Covers, je weet wel.’

Ik knikte, ik wist wel. De lift kwam met een klap tot stilstand. We zagen onze evenbeelden onevenwichtig heen en weer bewegen.

‘Deze kant,’ zei Tom.

Achter de gesloten hotelkamerdeur vielen we op elkaar aan alsof we uitgehongerd waren. We kusten gretig en nat, lieten onze handen over elkaars lichaam gaan, niet eens verkennend, maar rukkend en plukkend, zoekend en vindend, trekkend en lustopwekkend. Als het over eten was gegaan, waren we vast beschuldigd van inhaligheid. Maar dit ging niet over eten, hoewel onze monden het druk hadden, hoewel er gebeten en gelikt werd, geslurpt en gekwijld. We waren naakt alsof we nooit gekleed waren geweest, schurkten tegen elkaar om nooit meer los te laten. Terwijl Tom tepels beet, greep ik kloten. Tom gromde, ik kirde, Tom blafte, ik miauwde. Hij proefde zout van de zee, waar ik ook proefde, en ik proefde overal.

‘Je bent zout,’ hijgde Tom in mijn oor.

We eindigden omgevallen op het zachte dekbed. Om echt te beginnen, het daadwerkelijke minnenspel in gang te zetten. Met een beetje sturing wist Tom het juiste gat te vinden. Zijn driftige wippertje betrad mijn gladde juffermans alsof het er kind aan huis was. We lieten het instructieboekje links liggen en deden wat ons goed leek. Geil voelde. Mijn handen gleden over zijn behaarde rug. Ik wreef zand los. Zijn gespierde armen stonden aan weerszijden van mijn hoofd. Ritmisch bewoog hij zijn bekken tegen het mijne, zijn penis afwisselend diep en ondiep in mijn vagina. Ik legde mijn armen om zijn nek en trok zijn mond tegen de mijne aan. Wat hij kon met zijn pik, kon ik met mijn tong. Zo neukten we elkaar, gestaag, opwindend, in toenemende vaart, in toenemende drift.

We kwamen net na elkaar, Tom iets eerder, een grommend en krampend orgasme met zijn lul op zijn diepst in me, zijn zaad kolkend tegen mijn baarmoedermond. Zijn billen waren hard op dat moment, strak van zijn mannelijke inspanning. Ikzelf genoot van de climax die in golven over me heen spoelde, geheel in stijl met onze zwempartijen in de zee van die morgen. Mijn vaginaspieren spanden zich om Toms erectie alsof ze zijn lul nooit meer wilden loslaten. Zijn lichaam was zwaar, lekker en verpletterend zwaar. Adembenemend zwaar. Het was jammer toen hij van me afgleed, zijn inmiddels slappe geslacht nat op mijn dijbeen. Ik bevoelde mijn natte kruis, droogde mijn vingers in Toms borsthaar en greep nog eens naar zijn krimpende penis. Was het voorbij, was onze lust geweken, de vonk gedoofd? Ik voelde de koelte van de airco op mijn verhitte huid. Ik kroop tegen Tom aan. Hij sloeg zijn armen om me heen.

Hij liet me weer los om achter zich zijn gitaar te pakken. Het had daar al die tijd gestaan zonder opgemerkt te worden. Doelloos getuige van parende mensen. Het had geen wanklank laten horen, zijn snaren waren niet geroerd. Daar zou Tom verandering in brengen. Hij ging staan met één been op het bed en sloeg de snaren aan. Aarzelend eerst, vervolgens met meer overtuiging.

‘Voor jou, lieve Renée,’ zei hij boven de akkoorden uit. En daar ging ie, mijn naakte minnaar, warm nog van de liefde die we maakten. Met vaste stem, knot nog steeds in tact, zijn donkere ogen op mij gericht, naakte toehoorder op het bed. Dit zong hij:

Just say yes, 'cause I'm aching and I know you are too

For the touch of your warm skin

As I breathe you in

 

I can feel your heart beat through my shirt

This was all I wanted, all I want

It's all I want

It's all I want

It's all I want

It's all I want

 

Just say yes, just say there's nothing holding you back

It's not a test, nor a trick of the mind

Only love

 

Just say yes, 'cause I'm aching and I know you are too

For the touch of your warm skin

As I breathe you in

 

Ik kreeg tranen in mijn ogen. Dat is wat muziek kan doen. Tranen zitten bij mij toch al dicht onder de oppervlakte. Tom zong het voor mij, over ons. Hij zong mooi, intens, liet de tekst en de muziek in me kruipen, in mijn hart, in mijn lijf, in mijn onderbuik. Ik huilde het dekbed nat.

In de stilte die volgde na het lied was slechts het zachte zoemen van de airco te horen. Tom legde zijn gitaar neer en kroop weer bij me op het bed. Hij likte een traan van mijn wang. Zijn hand wreef zachtjes over mijn tepel.

‘Prachtig,’ zuchtte ik met verstikte stem. Ik streelde zijn zachte zwarte baard. Ik sloot mijn ogen en opende mijn mond. Zijn willige tong kwam meteen. Ik dacht 

Just say yes

This is all I want

 

Luister Snow Patrol : Just say yes: https://m.youtube.com/watch?v=THjHNRBq7DQ

Alle verhalen van: Vanille

Fijn verhaal 
+6

Reacties  

Ja hoor, ik zeg gewoon."ja" tegen zo een mooi' in woorden geschetst avontuur.Klasse!
Dankjewel, Brechtje.
Dit verhaal moet ik met de nodige zorgvuldigheid vertellen, zegt Vanille in haar openingszin. En dat doet ze dan ook, compleet met bijbehorende muziek. Samen met de man met de baard en de knot neem je ons mee in je erotische romance (of is het romantische erotiek?) na een dagje strand. Ik hou van je schrijfstijl, je subtiele humor, de originaliteit van je verhalen. Klasse!
:oops: