Schepen verbranden

Informatie
Geschreven door Vanille
Geplaatst op 15 mei 2020
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 1
3538 woorden | Leestijd 18 minuten

Op de dag na Bevrijdingsdag 2019 besefte ik dat mijn leven een serieus zooitje was. Met moeite ontwaakte ik uit een zweterige naslaap met een koppijn die me misselijk maakte. Ik rolde van het matras, stootte een fles omver, wankelde richting badkamer en braakte luidruchtig in de wc-pot. Het gezicht dat in de spiegel verscheen - wit, verlopen, rode ogen - bleek van mezelf te zijn. Het ging niet best met mij, mentaal noch fysiek, het gapende gat van mijn graf, de kuil die ik voor mezelf gegraven had, kon niet ver zijn. Misschien dat wat paracetamolletjes me nog even uit handen van de man met de zeis konden redden, maar het was hoe dan ook uitstel van executie.

Op de tast vond ik mijn slaapkamer terug. Varkenskot was een betere benaming, zwijnenstal. Het geraffineerde melange van zweet, wijn, volle asbakken met natte peuken en verschraald geil (m/v) deed me opnieuw kokhalzen. Het zuur brandde in mijn keel. Vaagweg herinnerde ik me dat er op mijn zwalkende pad terug naar het matras een obstakel zou kunnen liggen. Een homp vlees behaard als een gorilla. Een vent dus. Met een korte dikke besneden lul die zich uitgeput in het oerwoud van het schaamhaar had teruggetrokken. Rachid heette de eigenaar van dat ding.

Rillerig trok ik het laken over me heen. Ik kon maar beter pijnloos in mijn slaap overlijden. Renée Vanille, RIP. Ik viel zowaar in slaap met de smaak van braaksel in mijn mond en droomde dat ik naakt werd achternagezeten door Rachid. Waarom had ik schoenen met stilettohakken aan en liep hij op sneakers? De ongelijke strijd resulteerde in het porren van Rachid in mijn onderrug. Ik sperde mijn ogen open en beet in het kussen. Het beest in Rachid was wakker geworden en hij besteeg me zoals een hengst een merrie.

‘Rachid, hou op!’ In het kussen gesmoorde woorden zonder effect.
‘Kappen, Rachid!’ Ik draaide mijn kont weg. Rachid draaide mee en porde, mijn heupen klem in zijn handen.
‘Verdomme, Rach, stoppen!’ Het was genoeg geweest, hij had alle plekken al bezocht, hij had me sletje genoemd, moppie en mokkeltje. Zijn moeder en zussen droegen hoofddoeken, godbetert, en mij noemde hij Hollandse snol.

De boodschap kwam eindelijk over. Hij hield zijn handen verontschuldigend omhoog. Zijn pik was uit zijn zwarte struikgewas omhooggekomen, zijn behaarde zak hing losjes tussen zijn gespreide benen. Hij hield zijn hoofd schuin als een golden retriever, keek me met zijn trouwe hondenogen aan. Maar ik wist het nu wel, genoeg was genoeg, hij was een pitbull. Geen lief hondje. Nu zou hij ‘toe, schatje’ zeggen.
‘Ah, toeoeoe, schatje, je weet toch hoe ik je helemaal gek kan maken?’
‘Rot op, Rachid, het is klaar.’
Drie minuten later viel de voordeur met een klap dicht. Het sein dat mijn leven zoals het was op de helling moest. Er waren talloze schepen te verbranden.

Ik draaide me op mijn rug en bekeek het spinrag aan het plafond. De lamp hing scheef, het vuile snoer bungelde omlaag naar een stopcontact. Wat hing daar als een verfrommeld sokje overheen? Ik vond mijn brilletje op de tast onder de radiator en tuurde omhoog. Een condoom? Lubberde daar Rachids kapotje over het snoer? Gadverdamme! De misselijkheid keerde terug, op de voet gevolgd door een pijnscheut dwars door mijn kop. Het moest anders, het moest echt anders.

Waar was ik gebleven? Bij schepen die ik moest verbranden. Bij stoppen en opnieuw beginnen. Uit het leven stappen zonder zelfmoord. En weer in het leven stappen, vrij van alle smetten. Simpel. Opstaan, de zooi opruimen, alles weg pleuren en focussen op een nieuw bestaan. Als een Feniks die uit haar as herrijst. De vleugels spreiden, een nieuwe toekomst tegemoet, het leven - wat er nog van over was - bij de kloten grijpen. Of misschien dat niet. Geen kloten, geen seks. Onthouding. Celibaat. Een zelfverkozen kuisheidsgordel.

Daar stond ik, wankel en naakt, en reikte naar het bungelende condoom. Ik kon Rachids kikkerdril onderin zien zitten. Het ding was droog van buiten, godzijdank. Er zat een dikke donkere haar op. Twee. Met gestrekte arm, het latexje als een heilig relikwie tussen de toppen van duim en wijsvinger, doorkruiste ik mijn flat tot de uitpuilende pedaalemmer in de keuken. Het weggooien van dat vieze ding, dat mij had behoed voor een bevruchting met Rachids sperma, stond symbool voor het nieuwe tijdperk dat aanstaande was. Met een zachte plof belandde het op de plastic verpakking van de kipfilet van de avond ervoor en gleed pesterig langzaam omlaag. Viel op de grond en verspreidde Rachids plakkerige spulletje over de vloer. Zaad op zeil. Ik kon wel janken.

Terug in de slaapkamer verzamelde ik de lakens, de slopen en mijn kleren die verspreid over de vloer lagen en smeet de troep in de gang. Met een ruk trok ik het gordijn open en liet het overvloedige licht binnen. Met mijn ogen dicht koesterde ik me in de zon. Dit was het begin, de warmte, het licht, nu kwam het goed. Ik opende mijn ogen, omdat ik geluid hoorde. Jezus, ik had het kunnen verwachten. Die sukkel van een Sharif op het balkon aan de overkant. In zijn onderbroek!
‘Hé, Renée!’ Hij zwaaide met links en bevoelde zijn kruis met rechts. Bleef me dan niets bespaard? Moest ik hier doorheen om met mezelf en de wereld in het reine te komen?
‘Lekkere tieten! Hé, Renée!’
Ik draaide me om en ging douchen. Warm water hielp. Tegen alles.

Het pafferige natte lijf dat ik in de bewasemde spiegel aanschouwde na de douche was reden te meer een ommekeer te maken in mijn leven. Ik nam hier en daar wat vetplooien tussen duim en wijsvinger en wist dat er zeker tien kilo af moest. Dat betekende geen alcohol meer, geen taart, geen pizza, geen patat. Dat hield in bewegen. Fitness, hardlopen, wielrennen, de hele fucking rataplan. Ik had niet eens hardloopschoenen, laat staan een racefiets. Als ik liep, dan liep ik naar de supermarkt. Op hakken. Voor chips en cola, koek en chocolademelk. God, wat was ik gek op chocolademelk. Of gewoon chocola. Repen, candy’s, bonbons. Brownies.

‘Zeg maar dag met je handje,’ fluisterde ik tegen mijn verlopen spiegelbeeld. ‘Jij bent van gisteren, ik ben van vandaag.’ Ik föhnde mijn haar, poetste mijn tanden, poederde en zalfde mijn lijf dat eigenlijk al die aandacht niet verdiende en kleedde me aan. Ontbijt sloeg ik over, ik dronk alleen een groot glas lauw water, want dat zou laxerend werken. Als ik zo een eerste pondje eruit kon werken, prima. Vervolgens sloeg ik aan het schoonmaken en opruimen dat het een lieve lust was. Assepoester was een lui varken vergeleken met mij. En wat een voldoening gaf die intense reiniging. Het zemen van de ramen, het ragebollen van het plafond, het stoffen, het stofzuigen. Het verzamelen van meer dan een dozijn volle en halfvolle flessen, rood, wit en rosé. Bierflesjes, een jeneverfles, rum, wodka. En het genot dat me overkwam toen ik op de hoek van de straat fles na fles te barsten gooide in de glasbak.

‘He, Renéetje!’ Weer die Sharif. In dat eeuwige zwarte trainingspak, fake Adidas. En die stomme kettingen om zijn hals. Bling bling, maar dan de sneue variant. Hij had boodschappen gedaan bij de Spar.
‘Ha, Sharif.’
‘Had je een feestje?’ Hij stopte vlak voor mijn neus en keek op me neer.
‘Niet bepaald, nee.’ Vanuit het niets dook het beeld op van Rachid op die een condoom over zijn eikel schoof. De jeneverfles spatte uiteen in de glasbak.
‘Je hebt wel veel gezopen.’ Hij rook niet fris.
‘t Is van een tijdje opgespaard, Sharif.’
Hij schoof voor zover dat kon nog iets dichterbij.
‘Je hebt echt lekkere tieten, Renée. Toen ik ze vanmorgen zag...’ Hij likte zijn lippen en grijnsde vet.
‘I know, Sharif.’ De wodkafles. Rinkeldekink. ‘Maar jij moet van je pik afblijven. Dat is niet fatsoenlijk.’
Wat hij me nariep verstond ik niet. Hij kon de pot op. Een onfris ruikende praatjesmaker in een goedkoop trainingspak en een ketting uit een trekautomaat.

Thuis stortte ik me op het verder spik en spannen van keuken, badkamer en woonkamer. Het had er nog nooit zo geglommen, nog nooit zo geroken naar groene zeep en wc-reiniger. Ik spaarde mezelf niet. Transpirerend en hijgend buffelde ik door, dronk af en toe een glas water om de aanhoudende nadorst te blussen, maar wist echte degelijke voeding - repen, koekjes en vanillevla - onaangetast in de kasten staan. Met als gevolg dat om een uur of twee de hongerklop dusdanig toesloeg dat ik slap en ellendig omviel op mijn fris opgemaakte matras en meteen vertrok in een diepe slaap.

Ik doomde van Rachid. Hij had Sharif meegenomen. Ik maakte kenbaar dat we niet op het matras konden gaan liggen, omdat ik dat net verschoond had. Alsof dat Rachid en Sharif iets kon schelen. Zij waren gekleed in slobberige trainingspakken, B-merken, goedkope synthetische rommel. Zelf was ik in evakostuum dat als gegoten zat. Ik vond die trainingspakken zo afzichtelijk dat ik voorstelde om ze uit te trekken. Vervolgens lag ik met twee bloteriken, die nog wel sokken en schoenen aan hadden, op het schone dekbed. We hadden overweldigende seks, echte vanilleseks, maar voortdurend was ik me bewust van het feit dat we het frisse beddengoed niet mochten bezoedelen. Liefst ook niet kreukelen. Maar toen de heren hun hoogtepunt bereikten, morsten ze hun zaad onbekommerd op het gesteven katoen. Het matras was één grote glibberboel. De lakens waren klam getranspireerd.

De lakens en mijn kleren waren klam van het zweet. De zon stond pal op de gesloten ramen. In de keuken laafde ik me aan de kraan. De nadorst was hardnekkig. Ik zou geen druppel alcohol meer drinken. Voorlopig. Ondertussen liet mijn maag knorrend van zich horen. In het keukenkastje bevonden zich alleen foute tussendoortjes. In de fruitschaal vond ik een oudewijvenappeltje dat ik met klokhuis en takje verorberde. Toen piepte mijn telefoon. Rachid. ‘Hey schatje bladiebladiebladiebla... Ben je nog boos. Zal ik langskomen. Kunnen we het goedmaken. Even knuffelen xxx. Smiley. Aubergine. Banaan. Pruim.’

Ik dacht even na, vingerde vervolgens: ‘Geen behoefte aan’ en verwijderde Rachid tot zijn laatste vezel uit mijn contacten. Vaarwel, Rachid. Terwijl ik naar het lege beeldscherm staarde, gleed er een gloed van voldoening door mijn lichaam. Rachid was zo’n schip dat ik moest verbranden. Dat was gelukt. Hij verdween fikkend in de oceaan van mijn oude leven. Om mezelf te belonen nam ik twee stukjes van een al aangebroken reep. Vooruit, drie stukjes. Vier. Niet elk schip brandde even makkelijk. Ik nam plaats op de bank om de kleffe zoete massa aandachtig in me op te nemen.

Mijn opgeruimde huis stemde tevreden, ik was trots en ik gaf mezelf een compliment en een cadeautje. Ik mocht me even heerlijk overgeven aan surfen op het net. Al doende belandde ik via wat kleding- en schoenensites al snel op Lecterotica, een website vol erotische literatuur van soft naar hard, van lief naar goor. Als lezer beland je er in gênante situaties en in onbekende bedden met willige en potente partners, hetzij hetero-, dan wel homo-, dan wel biseksueel en alles daartussen. Bij aanvang van het lezen ben je nog onbevangen, maar gaandeweg beginnen wangen te gloeien. Bij mij wel, in elk geval. Halverwege een broeierig verhaal waarin een voor elkaar onbekende heer en dame de smerigste, sorry, smeuïgste wegen der passie bewandelden, realiseerde ik me opeens dat ik onbewust voeding gaf aan een van mijn achilleshielen: mijn ongebreidelde en voortdurende overgave aan seksualiteit. Zou die perverse neiging niet ook tot het verleden moeten behoren nu ik mijn leven schoon veegde met nieuwe bezems? Ik klapte geschrokken mijn laptop dicht. Om hem meteen weer te openen. Ik kon toch niet stoppen met lezen voor het moment suprême!

Ze kwamen hartstochtelijk klaar, hard en nat, de sappen vloeiden rijkelijk, ze likten en slikten het. Met een zucht legde ik mijn laptop opzij. Aan het aanrecht petste ik wat koud water op mijn wangen. Ik moest wat gaan doen om niet in de geilheid van het verhaal te blijven hangen. Gewoon een rondje wandelen door de buurt zou de zinnen verzetten. Mijn moeder zou zeggen: ga je gat luchten. En dat deed ik dus, mijn gat luchten. Welk gat laat ik even in het midden.

Het was ongelooflijk, maar toen ik de Spar passeerde, kwam juist Sharif naar buiten.
‘God, Sharif, wóón je in de Spar of zo?’
Hij grijnsde. Wat een scheve tanden had hij eigenlijk. Daar was nooit een orthodontist bij in de buurt geweest.
‘Biertjes vergeten.’ Hij hield een sixpack omhoog. ‘Wat moet je zonder bier als man?’
‘Je bent toch moslim, dan mag je geen alcohol.’
Zijn grijns werd zo mogelijk nog breder. Het roze van zijn tandvlees kwam tevoorschijn. Maar hij stond met zijn mond vol scheve tanden. Hij leek verlegen met de situatie. Ik moest niet zo bijdehand doen.
‘Mij maakt het niet uit hoor, je moet lekker doen wat je niet laten kunt.’
Hij knikte, keek naar de sixpack alsof hij nu pas het merk ontdekte.

Toen flapte ik er iets raars uit.
‘Kom je ze vanavond gezellig bij mij opdrinken?’
Was ik idioot geworden? Sharif uitnodigen? Die loser die niet van zijn pik af kon blijven? Die simpele ziel in zijn eeuwige zwarte campingsmoking? Ging mijn brein op de loop met mijn spraakvermogen? Had ik nog meer gekke dingen gezegd? Kon ik mijn woorden nog terugtrekken als een per ongeluk verstuurd mailtje? Het was al te laat. Sharifs grijns leek zijn hoofd te splijten in een boven- en onderdeel.
‘Tjee, ja, Renée, wat aardig. Nu meteen dan maar, ik bedoel...’ Hij maakte een ongecontroleerde beweging met zijn hoofd. Had ie een tic?
‘Straks, Sharif, uurtje of acht.’ Uitstel, uitstel, afstel?
‘Zie ik je dan, Renée.’ Hij huppelde nog net niet toen hij in de richting van ons flatgebouw ging. Een beetje slapstickachtig, zoals Charlie Chaplin, met die voeten die alle kanten opschieten. Mager ventje eigenlijk, die Sharif.

Gek misschien, maar eenmaal thuis was mijn oog voortdurend gericht op de keukenklok die de tijd aftikte naar acht uur. Zeker het laatste uur trok een zeker gevoel van spanning in mijn lijf. Ik drentelde van woonkamer naar badkamer - voor de zekerheid toch nog even poedelen (Hoezo ‘voor de zekerheid’? Welke zekerheid?) - terug naar de keuken - tien over zeven - even langs de slaapkamer het dekbed strak trekken (Waarom?), terug naar de keuken, bijna half acht, in de koelkast kijken, bijna leeg op een pak chocolademelk na. En een wortel. Die ik als een konijn weg knaagde. Ik schikte de kussens op de bank, zette een vaasje recht. Kwart voor. In de badkamerspiegel bekeek ik mezelf nog een keer. Mooi net bloesje, plooide mooi over mijn rondingen. Lekkere tieten. Dat had ie gezegd. Lekkere tieten. Oké, ze mochten er zijn. En dat piekerig opgestoken haar? Ach wat, Sharif had scheve tanden en een slobberig trainingspak. Toen ging de bel.

Tweemaal moest ik met mijn ogen knipperen, voordat ik door had dat het Sharif echt was. Keurig gekamd nog vochtig haar, glad geschoren, prachtige bruine ogen. Een sjiek wit overhemd tot het bovenste knoopje gesloten. Nette spijkerbroek, nette veterschoenen. Hij rook naar tandpasta, douchegel en zoete aftershave. De tijd die we zwijgend doorbrachten - Sharif voor de drempel van mijn voordeur, ik erachter - leek eeuwig te duren. Sharif tilde iets omhoog. Links de sixpack. Rechts een zak chips.
‘Dat wou ik nog zeggen,’ begon hij zacht, ‘ze zijn alcoholvrij.’
‘Ja, natuurlijk,’ antwoordde ik schuchter en bloosde met terugwerkende kracht. Hoe gemakkelijk had ik zijn integriteit in twijfel getrokken.
‘Kom erin. Lust je warme chocolademelk?’

‘Ik moet mijn excuses aanbieden,’ zei Sharif. ‘Voor wat ik vanmorgen riep. En deed.’
‘Ach,’ mompelde ik. Ik voelde dat ik nog steeds bloosde. De sfeer was raar, althans anders dan ik van tevoren had bedacht. Ik zou toch een of andere schlemiel op bezoek krijgen die ik na een biertje of wat de deur uit zou bonjouren? Ik wist me even geen raad.
Sharif dronk voorzichtig van zijn chocolademelk. Het liet een snor achter boven zijn lippen. Zijn volle lippen. Hij lachte verlegen. Zo scheef waren zijn tanden nou ook weer niet.
‘O, stom!’ Hij sprong op, zette zijn mok neer en rende mijn flat uit. Een minuut later was hij terug met een doosje.
‘Voor jou, baklava, voor bij de chocolademelk.’
‘Ach, Sharif, je hebt aan alles gedacht.’ Ik dacht: heerlijk baklava, hoe zoeter hoe beter, maar hoorde dat niet bij mijn oude leven? Waarin in dik, slonzig en een slet was? Maar wat wist Sharif van een oud en een nieuw leven? Hij zat daar, een beetje te lang voor in mijn luie stoel, de knieën opgetrokken, de dijen uit elkaar, zijn neus in de beker chocolademelk. Ik voelde hoe mijn hart sneller begon te kloppen.

De baklava die we aten van een schoteltje had iets erotisch. De honing drupte geil omlaag, het deeg was doordrenkt. Je kon er een vinger insteken wat ik natuurlijk niet deed. We likten gelijktijdig onze vingers af, ze bleven nog een beetje kleverig. De chocolademelk vermengde zich met de brokken baklava in mijn mond. Ik kauwde met half open mond en likte omstandig mijn lippen af.
‘Wacht,’ zei ik toen alles op was. Ik sprong op om een washandje te scoren in de badkamer. Druppend met warm water kwam ik terug. Sharif stak zijn handen met slanke vingers naar voren en ik waste ze zorgvuldig. Vervolgens depte ik zijn kin en mond. Daarna nam Sharif de washand over en waste mij. Zachtjes, lief haast, precies, vinger voor vinger, met speciale aandacht voor mijn nagels. Rond mijn mond om mijn lippenstift in tact te laten. Mijn hals, mijn decolleté, de bovenkant van mijn borsten.

‘Vind je echt dat ik lekkere borsten heb,’ fluisterde ik.
Sharif knikte. Hij zat op zijn knieën voor de bank. Zijn handen rustten op mijn dijbenen.
‘Heel lekker, Renée.’
Wat er toen gebeurde ging vanzelf. De knoopjes van mijn bloes gleden uit de gaten, mijn dijen vielen naar opzij, mijn brilletje besloeg, mijn opgestoken haar kwam los. De rits van mijn broek ging open en Sharif hoefde maar een beetje te sjorren om mijn benen te ontbloten. Mijn slipje, nog geen drie kwartier daarvoor schoon aangetrokken, volgde de weg omlaag. Mijn bh was simpelweg verdwenen. Sharif had me naakt en hij wist raad met mijn lijf.
‘Je bent een godin’ gromde hij, voordat hij zich op mijn baklava stortte waaruit de honing driftig drupte.

Zijn mond kwam overal als een automatische grasmaaier die onafgebroken het gazon behandelt. Het was een langdurig voorspel met het karakter van de daadwerkelijke daad. Ik moest, nee ik wilde het ondergaan. Als dit al zo geil was, hoe moest dan de echte daad uitpakken? Tijd om me alvast te verheugen had ik niet, ik kon slechts opgaan in het moment. Hij zoog mijn tenen, mijn tepels en mijn klit. Hij likte mijn gaten met zijn gulzige tong. Zijn tongzoenen brachten alle smaken mee die mijn lichaam afgaf. Ik werd opgezweept, opgetild en opgegeild. Ik kon een glimp van de hemel zien.

In het luttele moment dat Sharif me bood om adem te halen, zag ik mijn kans schoon me op hem te werpen. Ongeduldig knoopte ik zijn overhemd los en streelde de gladde ranke borst die eronder vandaan kwam. Ik beet zijn donkere tepels en likte me een weg omlaag. Behendig sjorde ik zijn broekriem en knopen los en vond de onderbroek met de bonkende inhoud. Ik was waar ik zijn moest. Zijn stramme pik dook nieuwsgierig op uit het katoen en ik viel er meteen op aan. Ik trok en ik zoog, ik beet (zachtjes) en ik likte. Zijn heer en meester kreunde alsof hij op een achttiende eeuws slagveld door een bajonet was doorstoken. Dit had inderdaad veel weg van een man tegen man gevecht. Oké, vrouw tegen man. Een geil gevecht zonder uniform. Zonder condoom zelfs, maar dat bedacht ik pas naderhand.

De manier waarop Sharif me neukte, gaf aan hoe hij ernaar had gehunkerd. Hij deed het met ongekende drift en energie. Hij verstond de kunst mij te plezieren en zichzelf niet te vergeten. Zijn plezier was mijn plezier, mijn geilheid zijn geilheid. Zo kon het gebeuren dat we op vrijwel hetzelfde moment de klap op de rode knop gaven en de sirenes afgingen. Ik kreeg een orgasmestorm zoals ik nog nooit had meegemaakt. Sharif bleef na zijn lozing nog minutenlang zachtjes door stoten. Het was, het was, het was nog tien keer beter dan warme chocolademelk met baklava. En daar zou ik al een moord voor doen.

Het was de avond van de dag na Bevrijdingsdag 2019. Met de nacht erbij die volgde, had ik vier keer de verrukkelijkste seks die je je kunt voorstellen. Wie had kunnen bedenken dat Sharif zo’n toegewijde naaier was? Ik niet. Misschien had ik hem een medaille moeten geven. Hij hield immers van bling bling?

Op de dag dat ik een begin maakte met het verbranden van mijn schepen, vond ik een nieuwe. Samen met hem zou ik over de zeven zeeën willen deinen. Als een verliefd stel tijdens hun nooit eindigende paringsdans.



Alle verhalen van: Vanille

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

"...als een volautomatische grasmaaier die ononderbroken het gazon behandelt..." Zo een prachtige metafoor 'smaakt' gewoonweg Vanille mooi !.