Spoorloos 10 - How you gonna see me now?

Informatie
Geschreven door Fanny
Geplaatst op 08 februari 2020
Hoofdcategorie Spoorloos
Aantal reacties: 4
8363 woorden | Leestijd 42 minuten

How you gonna see me now

(Alice Cooper -1978)


"Ook dat nog," verzuchtte Ruth toen ze hem zag.

Vincent probeerde zijn afgrijzen te verbergen. Hij had al heel wat heftige dingen gezien in ziekenhuizen, maar dit was mensonterend. Hij trof haar in een raamloos kamertje aan, half zittend in de kussens. Slechts een leeslampje verspreidde schemerig licht. Het bed en een wastafel was het enige meubilair. Haar beide polsen waren aan weerszijden met verband vastgebonden aan de ombouw van het bed en ze droeg een standaard ziekenhuishemd waaronder ze vermoedelijk naakt was. Een dunne deken lag verfrommeld aan het voeteneind, wat erop wees dat ze niet roerloos in bed had geleden maar waarschijnlijk verwoede pogingen had gedaan zichzelf te bevrijden. Ook de alarmknop waarmee de verpleging gewaarschuwd kon worden, lag op de grond. Haar rolstoel en beenprothesen waren nergens te bekennen.

"Ik ben in dienst," kondigde Vincent ten overvloede aan.

"Dat zie ik," zei ze kortaf met een blik op zijn uniform.

"Mag ik je een paar vragen stellen?"

"Nee. Kopieer het vorige rapport maar."

Vincent deed zijn best om zakelijk en professioneel te blijven want in zijn maagstreek begon iets te borrelen wat op ergernis leek. Aanvankelijk was hij opgelucht toen hij hoorde dat ze het had overleefd. Eigenlijk had hij min of meer verwacht weer hetzelfde meelijwekkende hoopje mens aan te treffen als de vorige keer, maar hij trof nu een vrouw aan die woest was omdat ook haar tweede poging tot zelfdoding was mislukt. Ditmaal had ze er echter nauwelijks onder geleden. Een buil op haar hoofd en enkele schrammen op haar armen waren, voor zover zichtbaar, de enige gevolgen. Ze had het water van de rivier amper geraakt volgens zijn collega's van de nachtdienst. Een overspelig stel, actieve leden van een waterpolo vereniging, had zich in een donkere nis bij de brug teruggetrokken. Maar even later werd hun aandacht getrokken door Ruth, die zich over het hekwerk van de brug hees en zich vervolgens liet vallen. Hoewel schaars gekleed aarzelde het tweetal geen moment en sprong achter haar aan. Ze stootten op een vrouw die zich fel tegen haar redding verzette. De mannelijke helft van het duo had zelfs een klacht ingediend omdat Ruth hem had gebeten. De afdrukken van haar gebit stonden in zijn armen. Ook tegen politie en ambulancepersoneel was Ruth hysterisch tekeer gegaan. Als de situatie niet zo dramatisch was had Vincent er misschien nog om kunnen lachen. Maar er viel niets te lachen.

"Waar zijn Kate en Sharon?" vroeg hij.

"Een slaapfeestje bij een vriendinnetje. Kate heeft de huissleutel mee."

"Ik zal zorgen dat ze worden opgevangen."

"Kunnen ze bij je ouders terecht?"

Zijn mobilofoon kraakte maar de oproep van de meldkamer was niet voor hem.

Vincent schudde zijn hoofd. "Mijn ouders gaan een weekje weg. Misschien daarna."

"Een ander opvangadres is geen optie," reageerde Ruth fel. "Ik moet naar huis. Nu. Wil je me daarbij helpen, Vince?"

Hoewel hij van binnen begon te koken wist Vincent ijzig kalm te blijven.

"Ik kan niets voor je doen, Ruth, dat weet je. De vorige keer kreeg je het voordeel van de twijfel, maar nu heb je bewezen een gevaar voor jezelf te zijn. Je weigert elke vorm van behandeling, medicijnen en eten. Daarom is een IBS voor je aangevraagd, een in bewaring stelling, een gedwongen opname in een GGZ instelling. Het gaat minimaal een paar dagen en maximaal een paar weken duren. Je wordt daarbij bijgestaan door een advocaat. Als je je verblijf daar zo kort mogelijk wilt houden, adviseer ik je je voorbeeldig te gedragen en de regels te respecteren."

"Je bent kwaad," concludeerde ze op basis van de verwijtende toon in zijn stem. "Wat heb ik misdaan?"

"Wat jij misdaan hebt?" vloog hij opeens tegen haar uit. "Je hebt me belazerd! Je hebt me erin geluisd. Met je mooie praatjes en je valse glimlach heb je me doen geloven dat het goed met je ging. Dat je je leven weer op de rit had. En nu flik je het godverdomme weer! Hoe kún je! Zeg eens... Denk je ook maar een seconde aan je dochters als je een volgende datum prikt? Of als je je van de brug laat vallen? Heb je ook maar enig idee wat het voor hen betekent als jij er niet meer bent?"

Ruth liet zijn tirade ogenschijnlijk stoïcijns over zich heen komen, maar helemaal onbewogen was ze niet want ze hapte even naar adem. "Kate en Sharon zijn beter af zonder mij."

"Ja, dat zei je de vorige keer ook. Dat je niet perfect bent heb je met de rest van de wereldbevolking gemeen. Je mag dan niet gelukkig zijn met je leven, maar dat is  geen excuus om er tussenuit te knijpen. Het is je morele plicht om voor je kinderen te zorgen en ze op te voeden, want ze hebben je keihard nodig. Jou, en niemand anders."

De deur ging plotseling open. Een verpleegkundige keek om het hoekje. "Alles in orde?" vroeg ze.

“Ja,” antwoordde Vincent kortaf.

In orde? Het was helemaal niet in orde, dacht hij. Verre van dat.

Ruth staarde naar het plafond terwijl ze haar lippen samen perste tot een dunne streep. "Ga weg," zei ze kribbig. "Ga alsjeblieft weg en laat me met rust. Ga uit mijn leven. Ik wil je niet meer zien."

"Prima, want dat is geheel wederzijds," reageerde Vincent verbeten.

Hij beende naar de deur maar bedacht zich en keerde zich weer om. In het donkerste hoekje van zijn brein verborg hij niet alleen zijn geheime fantasieën, maar ook al zijn negatieve kantjes en gedachten die hij niet hardop durfde uit te spreken omdat ze op zijn minst controversieel of ronduit kwetsend waren. Nu Ruth onontvankelijk voor zijn woorden bleek en onomwonden vasthield aan haar doodswens, kwam zijn zwartste kant naar boven. De duivel was in hem gevaren.

Hij kwam naast het bed staan en vouwde zijn handen om de metalen stang van het bed waaraan haar rechterhand was gebonden. Hij boog licht voorover en was zich maar al te bewust dat dit intimiderend voor haar moest zijn, maar dat was ook de bedoeling. Ze liet het zwijgend gebeuren. Haar houding was afwachtend, maar ook afwijzend. Alleen het knipperen van haar oogleden verried enige nervositeit.

"Vertel eens, Ruth. Hoe was het voor jou om je moeder te verliezen? Hoe was het om zonder haar op te groeien?"

Vincent liet bewust een stilte vallen om haar de gelegenheid te geven zijn vraag te beantwoorden, maar ze wendde alleen haar gezicht af.

"Was je blij van dat mens verlost te zijn?" ging hij verder. "Was de begrafenis een feestje? Heb je op haar graf gedanst?"

"Hou op!" reageerde Ruth met overslaande stem. "Mijn moeder was alles wat ik niet ben. Die situatie is niet vergelijkbaar."

"O jawel. Die situatie is voor elk kind hetzelfde. Het verlies van een ouder op onvolwassen leeftijd is traumatisch. En uitgerekend jij wilt willens en wetens Kate en Sharon hun moeder ontnemen... Waarom Ruth? Waarom...? Omdat je alleen maar aan jezelf denkt! Je bent een verwend nest. Een egoïst. Een... een monster!"

Zijn stem trilde van woede.

Ruth rukte heftig aan haar gebonden handen. Tevergeefs. Schoppen met de stompen van haar benen had evenmin effect, evenals het krampachtig aanspannen van al haar spieren. Vincent was niet onder de indruk. Hij was echter wel tevreden dat hij tenminste iets bij haar had losgemaakt.

"Verdwijn," riep ze.

"Mis je haar nog wel eens?" vervolgde Vincent. "Je moeder? Zou je af en toe een lijntje naar de hemel willen hebben en haar om raad vragen? Hoe je bijvoorbeeld moet omgaan met twee pubers die in aanraking kunnen komen met alcohol of drugs? Wellicht worden ze verliefd op een fout vriendje of nog erger... een volwassen vent. In het ergste geval komt er eentje zwanger thuis."

"Over monsters gesproken," siste Ruth vals. "Geeft dat uniform je het recht me zo te kleineren? Nou...? Vind je het lekker dat ik vastgebonden ben en je preek niet kan ontlopen? Krijg je daar een stijve van, agent? Waarom flikker je niet op? Fuck the hell off!"

Het begon langzaam tot Vincent door te dringen dat hij meer dan één grens had overschreden. Hij stond inderdaad op het punt te vertrekken toen hij merkte dat de holster van zijn dienstwapen was geopend. Maar niet door hem! In een reflex deinsde hij achteruit. Met ontzetting staarde hij naar Ruth die met haar vastgebonden pols en uitgestrekte vingers net niet voldoende grip op het pistool had kunnen krijgen om het hem te ontfutselen. Jezus, dacht hij toen hij besefte wat er had kunnen gebeuren. O mijn god!
Het duiveltje in zijn brein zond hij weer naar het duistere hoekje waar het thuis hoorde. Met bevende vingers sloot hij de holster en realiseerde zich dat er zojuist een drama had kunnen voltrekken omdat hij niet alert was geweest. Allemachtig!

"Vince, alsjeblieft," smeekte Ruth nu met een wanhopig stemmetje. “Schiet een kogel door mijn kop of… door mijn hart.”

Wat? Had hij dat goed gehoord? "Ik dacht het niet."

"Geef het dan aan mij... Dan doe ik het zelf wel. Je zegt gewoon dat ik het pistool heb gestolen. Als je mijn rechterhand losmaakt schrijf ik het op... Ik wacht tot je weg bent en neem alle verantwoording op me. Ik zorg ervoor dat jij vrijuit gaat."

"Ik peins er niet over."

Hij kon zijn oren niet geloven. Dit kon ze toch niet serieus menen?

"Wat dan? Wil je geld? Ik maak een miljoen over op een Zwitserse bankrekening, oké?"

"Een milj...? Waar heb je het over?"

"Daarmee kun je naar New York. Met dat geld kun je al je dromen waarmaken, Vince. En die van Sophie... Help me, Vince... Alsjeblieft... Help me!"

"Nee!"

Zo meteen konden ze hem hier ook opnemen want hij stond op het punt zijn verstand te verliezen. Wat moest hij nu doen? Wat kon hij nog zeggen?

"Vince...?"

"Ja?"

“Waarom mag ik wel voor mijn leven vechten... en niet voor mijn dood?”

Hij opende zijn mond maar er kwam geen geluid over zijn lippen. Gedachten en emoties struikelden over elkaar heen. Hij had geen woorden meer. Volgens het boekje diende hij hier een officiële melding van te maken, maar in dit geval was hij daartoe niet in staat. Toen hij de deur achter zich dichttrok pakte hij de mobilofoon en meldde zich af voor de rest van zijn dienst.

<> <> <>

Er hing een gespannen stilte in de keuken. Niemand sprak, maar Sjeng en Yvonne wisselden onderling blikken van verstandhouding. Vincent liet zijn voorhoofd op zijn armen rusten die gekruist op de keukentafel lagen. De thee die zijn moeder voor hem had neergezet was koud geworden.

"Ik ben te ver gegaan," verzuchtte hij nogmaals. "Veel te ver. Ik schaam me zo. Hoe kon ik zo stom zijn?"

"Er is goddank niets ernstigs gebeurd," suste Yvonne. "Jullie waren allebei woedend, maar niet op elkaar.”

Ze legde haar handen op de schouders van haar zoon en masseerde zijn gespannen spieren door het lichtblauwe politiehemd heen. Sjeng stond met zijn handen in zijn zakken voor het raam en keek peinzend naar buiten.

"Ik trap een open deur in," zei hij tegen Vincent. "Maar het lijkt me verstandig dat je Ruth voortaan aan je collega's overdraagt als ze onverhoopt nog eens met de politie in aanraking komt. Je kunt je beroep niet naar eer en geweten uitoefenen als je emotioneel betrokken bent."

Vincent knikte instemmend. Dat zag hij zelf nu ook in, al leek het hem onmogelijk om aan de zijlijn te blijven staan als het nog eens zou gebeuren.

"Ik heb haar een monster genoemd," fluisterde hij schuldbewust. "Ik heb gevraagd of de begrafenis van haar moeder een feestje was... Ik durf haar sowieso niet meer onder ogen te komen."

"Ruth vergeeft het je wel," reageerde Yvonne optimistisch. "Ze is een slimme dame die achteraf heel goed beseft dat de emoties jullie allebei parten speelden."

"Misschien... Maar ik wou dat ik haar die opname kon besparen."

"Ik ook," zei Sjeng. "Maar dan vooral in het belang van Kate en Sharon. Ze hebben hier niemand. Geen vader, geen grootouders, geen ooms of tantes, neven of nichten. Alleen hun moeder." Hij nam een flinke slok van zijn thee. "Weet je toevallig of er al een advocaat bij Ruth is geweest?"

Vincent haalde zijn schouders op. "Er is iemand gebeld, maar vraag me niet wie."

"Dit soort klusjes zijn niet erg populair in het juridische circuit. Er staat vast niemand te trappelen van ongeduld. Ik ga mijn goede vriend Armand maar eens bellen."

Armand Lefèbre, oorspronkelijk afkomstig uit de Franse Dordogne, was een letselschade advocaat die al tientallen jaren tot de vaste vriendenkring van Sjeng en Yvonne behoorde. Armand had een chronisch zieke zoon en had in het verleden nooit vergeefs een beroep op Sjeng's expertise gedaan. Andersom was hij altijd bereid om het gezin Schreinemaekers op juridisch gebied te adviseren, ook als het een kwestie betrof die buiten zijn specialisatie viel. Als Sjeng vroeg of hij iets voor Ruth kon betekenen zou hij zijn uiterste best voor haar doen.

Een paar uur later keek Ruth in haar kledingkast en probeerde te bedenken wat ze moest meenemen naar haar onvrijwillige logeeradres. Enkele broeken, ondergoed, blouses... Een trui? Ze koos voor een warm vest en een spijkerjasje. Nog iets? Ja, toiletartikelen en dergelijke. In wezen was er niet veel wat ze echt zou missen. Zuchtend gooide ze het bundeltje kleding op het bed en ging op zoek naar een geschikte zak of tas.

"Vergeet je je pyjama niet?" vroeg Yvonne, die de slaapkamer binnen kwam lopen.

Was Vincent's moeder ooit wel eens niet opgewekt, vroeg Ruth zich af. Yvonne deed alsof ze haar koffers pakte om op vakantie te gaan.

"Nachtkleding draag ik niet," antwoordde ze kort.

"O nee? Je mag eventueel wel iets van mij lenen. Heb je iets om de tijd te doden? Lees je? Of een hobby?"

Muziek, dacht Ruth. Maar haar nieuwste aankoop, de Steinway vleugel, kon ze natuurlijk niet meenemen.

"Ik red me wel met de boeken in Sjeng's studeerkamer."

"Dat is vooral vakliteratuur. Daar word je niet vrolijk van."

Misschien niet, misschien wel. Hopelijk bezat hij een handleiding voor puberende meiden. Hoe moest ze dit haar dochters uitleggen?

In de aangrenzende slaapkamers waren Kate en Sharon druk doende om hun spulletjes bij elkaar te verzamelen. Ze maakten een kabaal van jewelste omdat ze andere ideeën hadden over het begrip 'benodigdheden'. Ruth hoorde het aan zonder er iets over te zeggen. Ze was moe. Doodmoe. Het liefste kroop ze nu meteen onder het dekbed maar ze wist dat ze toch niet zou slapen. Ze kende sowieso bijna geen nachtrust omdat haar hersenen bleven malen. Omdat er maar geen eind kwam aan de donkere tunnel waarin ze zich bevond. En nu was ze ook nog eens van haar vrijheid beroofd. Hoe moest ze de komende weken in hemelsnaam doorkomen?

Ze mocht dankbaar zijn had de zaalarts in het ziekenhuis tegen haar gezegd. De vrouwelijke psychiater die met enig voorbehoud had ingestemd met het voorstel van Armand Lefèbre, was relatief jong geweest, jonger dan zijzelf. Het begrip dat ze toonde was meer gebaseerd op boekenwijsheid dan op levenservaring. Theoretisch kende ze de problematiek waarmee suïcidale patiënten worstelden tot in detail, maar ze had zelf nooit iets dergelijks meegemaakt. Wat wist ze van Ruth's problemen en wat zich zoal had afgespeeld in haar leven? Niets. Maar de doctorstitel gaf een willekeurige arts wel het recht om haar vrijheid in te dammen op basis van een momentopname. Opnieuw stelde Ruth de vraag waarom het zelfbeschikkingsrecht wel voor het leven gold, maar een doodswens niet werd gerespecteerd. Ze kreeg er geen eenduidig antwoord op, alleen de uitleg dat een zelfmoordpoging vaak een verkapte schreeuw om hulp betekende. Die hulp werd haar nu niet alleen aangeboden, maar ook eenzijdig opgelegd.

Natuurlijk was een opname in een instelling vele malen erger, dacht Ruth met haar gezonde verstand, maar dat betekende niet dat ze het moeizaam tot stand gekomen compromis toejuichte. Met gemengde gevoelens had ze ingestemd met Sjeng's voorstel om als haar vertrouwenspersoon te mogen optreden en Armand als juridisch adviseur. Met het argument dat het zonder twijfel schadelijk voor de kinderen zou zijn als ze van hun moeder werden gescheiden, had Sjeng meteen twijfel gezaaid bij de artsen. Hij was weliswaar met pensioen maar hij stond nog steeds hoog in aanzien in medische kringen. Zijn oordeel werd gerespecteerd.

Armand was vervolgens met een alternatief plan van aanpak op de proppen gekomen. Sjeng was bereid Ruth's gezin enige tijd onder zijn hoede te nemen in zijn eigen huis, maar daaraan werden wel strenge eisen gesteld. Gedurende die periode mocht Ruth niet zelfstandig wonen en moest ze haar auto- en huissleutels bij haar gastheer in bewaring geven. Ze mocht het huis uitsluitend onder begeleiding van een volwassene verlaten en mocht de komende weken geen maaltijd of medicatie weigeren. Gebruik van alcohol, soft- of harddrugs was niet toegestaan. Bovendien diende ze zich driemaal per week bij de polikliniek psychiatrie te melden voor individuele of groepstherapie. Indien ze één van deze regels negeerde of weigerde mee te werken, zou ze alsnog - met of zonder haar toestemming - worden opgenomen in een gesloten afdeling van een psychiatrische instelling.

Het waren vooral de medicijnen waartegen Ruth zich fel verzette, omdat Sjeng er persoonlijk op zou toezien dat ze ze daadwerkelijk doorslikte en haar niet toestond binnen een half uur daarna naar de wc te gaan. In een instelling zou het haar wellicht lukken het personeel te misleiden maar Sjeng liet niet met zich sollen. Gelukkig begreep hij dat er factoren waren waarover ze niet sprak, maar wel zwaar wogen. Na lang onderhandelen met de artsen ging ze uiteindelijk, zij het onder protest, akkoord met een slaaptabletje voor de nacht en 's ochtends een mild antidepressivum. Sjeng bezwoer haar dat geen van beide middelen drogerend werkten. Haar denkvermogen en helderheid van geest zouden er niet onder lijden.

"Ik neem Kate en Sharon alvast mee," hoorde ze Yvonne zeggen. "Sjeng wacht tot jij ook zover bent."

"Moeten jullie vanwege mij de vakantie annuleren?" vroeg Ruth toen ze een kwartiertje later haar rolstoel verruilde voor de bijrijdersstoel in Sjeng's blauwe BMW.

"De Veluwe loopt niet weg. Bovendien maken Vincent en Sophie nu gebruik van de reservering. Volgens mij kunnen die twee wel wat quality time gebruiken."

Terwijl Sjeng de auto uit de parkeergarage loodste sloot Ruth even haar ogen. Vincent... Waarom riep zijn naam zoveel tegenstrijdige gevoelens bij haar op? Aan de ene kant was het fijn om te weten dat ze de komende dagen niet met hem geconfronteerd zou worden. Ze zat niet te wachten op weer een hooglopende discussie. Anderzijds kon hij nog steeds op haar sympathie rekenen. Ondanks de nare dingen die hij had gezegd had ze geen hekel aan hem. Ze snapte zijn frustratie wel, die waarschijnlijk gebaseerd was op onmacht; de onmacht om haar te kunnen helpen. Hij begreep niet waar haar suïcidale gedrag vandaan kwam maar ze kon het hem onmogelijk uitleggen.

"Waarom steek je je nek voor me uit?" ging ze verder. "Je kunt me ook laten verrekken."

"Iemand laten verrekken staat niet in mijn woordenboek," antwoordde Sjeng. "Maar eerlijk is eerlijk, een opname van een paar dagen zou ik geen slecht idee vinden als Kate en Sharon er niet waren geweest."

"Als Kate en Sharon er niet waren geweest," herhaalde ze, "zou ik hier niet zijn."

Sjeng liet een stilte vallen en dacht een ogenblik na. "Op een dag zal ik je vragen dat nader toe te lichten."

Tijdens het rijden legde hij zijn rechterhand vaderlijk op haar bovenbeen. "Vertrouw me, meid. Wat je geheim ook is, het is bij mij veilig. Het blijft tussen jou en mij."

"Ik ben overtuigd van je discretie en integriteit, Sjeng. Maar iedereen die op de hoogte is betekent tegelijkertijd een mogelijk risico. Ik heb enorm slechte ervaringen met het delen van vertrouwelijke informatie."

Op dat moment draaide Sjeng zijn auto de oprit van zijn huis in.

"Het is jammer dat je er zo over denkt want ik ben van mening dat je depressie rechtstreeks te maken heeft met het feit dat je voortdurend op je hoede bent. Het geeft meer lucht als je af en toe openhartig met iemand kan praten zonder je woorden steeds te moeten afwegen" Voordat hij het portier opende keek hij haar nog een keer indringend aan. "Denk er eens over na. Ik oordeel niet, ik bemoei me nergens mee, ik luister alleen."

Ruth reageerde niet. Ze liet zich weer in haar rolstoel zakken en keek sceptisch naar de gevel van de vooroorlogse villa die tot nader order haar logeeradres zou zijn.

"Geweldig," verzuchtte ze cynisch. "Mijn eigen luxe gevangenis."

<> <> <>

Pasen viel in het laatste weekend van maart. Omdat het warm en zonnig beloofde te worden kwam Vincent op zaterdag voor Pasen zijn vader helpen met de tuin. Hij had geen hekel aan snoeien, maaien en modderen. Integendeel, hij vond het juist erg ontspannend om met zijn handen te werken. Daarentegen zag hij wel op tegen het weerzien met Ruth. Sinds hij van de Veluwe terug was had hij enkel telefonisch contact met zijn ouders gehad, maar hij kon hen niet langer ontlopen vanwege Ruth. Het werd hoog tijd dat hij haar zijn excuses aanbood. Uitstel was niet langer gewenst en daarom begaf hij zich al vroeg naar zijn ouderlijk huis. Mede vanwege het tijdstip was hij er niet op voorbereid haar al in de keuken aan te treffen.

"O," schrok hij. "Goeiemorgen... Stoor ik?"

Zijn aandacht werd onmiddellijk getrokken door de grote hoeveelheid papieren die over de keukentafel verspreid lag. Met name de drie enveloppen met buitenlandse postzegels wekten zijn nieuwsgierigheid. Dit was toch de geheimzinnige post die Ruth van een Engelse notaris kreeg? Zijn hart ging er spontaan iets sneller van kloppen.

"Vince, ben je wakker?"

"O, sorry... Wat zei je?"

"Koffie of thee?"

"Eh... koffie graag."

Het viel hem op dat het koffieapparaat en bijbehorende attributen naar een laag tafeltje waren verplaatst zodat Ruth er makkelijk bij kon.

"Waar is...?" begon hij, maar ze onderbrak hem.

"Je vader is met Blondie wandelen en je moeder is boodschappen gaan doen met hulp van mijn meiden... Kom, pak een stoel want ik krijg een pijnlijke nek als ik steeds naar je op moet kijken." Ruth overhandigde hem een dampende mok. "En die knoop kun je beter met rust laten. Zo meteen trek je hem eraf."

Nog steeds gespannen plofte hij op de dichtstbijzijnde keukenstoel. "Zo goed?"

Ze glimlachte terwijl ze haar pen op tafel legde en de bril van haar neus nam. "Zullen we dan nu de vredespijp roken en weer vriendjes worden?" vroeg ze. "Het spijt me van dat pistool, Vince. Eerlijk waar."

"Ik schaam me zo," bekende hij op zijn beurt. "Ik heb onvergeeflijke uitspraken gedaan. Ik liet mijn emoties de overhand nemen en dat had nooit mogen gebeuren."

Ze knikte instemmend. "Je hebt dingen gezegd die niet voor herhaling vatbaar zijn. Gelukkig heb je intussen zoveel krediet opgebouwd dat ik niet boos op je kan blijven, maar hou mijn moeder voortaan buiten elk conflict. Deal?"

"Oké."

Met een zorgzaam gebaar haalde ze alsnog zijn hand weg bij de knoop van zijn poloshirt. Vervolgens liet ze hem echter niet los. Vincent zocht haar ogen en werd gevangen in haar blik. Hij voelde een warme gloed door zijn aderen stromen toen ze even in zijn hand kneep. Soms was Ruth’s zwijgen veelzeggender dan haar woorden. Dat kneepje van haar leek zo onbeduidend, maar de manier waarop het gebeurde joeg het bloed naar zijn wangen.

De komst van Blondie betekende dat Sjeng in de buurt was. Ook de stemmen van Yvonne en de kinderen klonken in de hal. Ruth sloeg haar ogen neer en Vincent trok zijn hand terug.

"Wat eh...? Mag ik weten wat je aan het doen bent?" vroeg hij met een hoofdgebaar naar de papieren op tafel.

"Werk," antwoordde ze. "Ik controleer de boekhouding van mijn zaak in Londen."

"Hè? Ik wist niet... Wat voor een zaak heb je dan?"

"Een kapsalon natuurlijk," lachte ze. "Eigenlijk is het een keten van meerdere filialen. Wat is er? Geloof je me niet...? Kijk," zei ze terwijl ze een aantal vellen papier uit de berg viste. "Dit is de inkoop van vorige maand."

Vincent bekeek de lijst kritisch. Shampoos, conditioners, diverse kleuren haarverf, haarlak, handdoeken, haarborstels, een föhn, poetsmiddelen, koffie, thee en nog veel meer. Ook de rest bevatte, voor zover hij kon zien, hoofdzakelijk cijfers met hier en daar een handgeschreven opmerking van Ruth. Puur zakelijk. Geen geheimen, al toonden de formulieren geen bedrijfsnaam of logo. Een beetje teleurgesteld was hij wel want hij had iets spannends verwacht.

"Wie heeft de dagelijkse leiding nu?"

"Een bedrijfsleidster."

"Doet ze het goed?"

"De omzet valt niet tegen."

"En je ontvangt de boekhouding via een notaris?"

"Omdat hij mijn adres kent."

"Verder niemand?"

Ruth zweeg op haar welbekende manier en daaruit maakte hij op dat verder vragen geen zin had.

Vincent en zijn vader verkleedden zich in werktenue en gingen aan de slag in de tuin. Nadat Ruth zich door de cijfers heen had gewerkt en de papieren in een retourenvelop had gestopt, begaf ze zich ook naar buiten. Op het terras, grenzend aan de achtergevel, legde ze een dik boek op de houten tuintafel en liet de lentezon op haar gezicht schijnen. De natte neus van Blondie duwde tegen haar hand.

"Wil je geaaid worden, meisje?" zei ze terwijl ze de hond achter haar oren kriebelde.

Twee lieve bruine ogen keken naar haar op. Sinds ze haar intrek had genomen in de villa zocht Blondie vaak haar gezelschap. Ruth was gesteld geraakt op de blonde viervoeter die haarfijn leek aan te voelen wanneer ze niet lekker in haar vel zat. Hoe somberder ze was, hoe minder Blondie van haar zijde week.

Ruth legde het boek op haar schoot maar ze las niet. Via haar zonnebril keek ze naar beide mannen, die zich niet bewust waren van haar blikken. Hoewel Sjeng de zeventig naderde was hij nog sterk en fit. Maar haar aandacht was vooral gericht op Vincent. Hij droeg een spijkerbroek met slijtplekken en een wit T-shirt dat eveneens zijn beste tijd had gehad, maar hij was een man die zelfs in een jute zak nog aantrekkelijk was. Hij had ook wel iets primitiefs vond ze. Met zijn gespierde lichaam leek Vincent nog het meest op een Griekse god in een historische film. Met moeite maakte ze haar ogen van hem los.

Hoewel de lente nog pril was deed de zon erg zijn best. Het was aangenaam warm en na ruim anderhalf uur tuinieren vertoonde Vincent's T-shirt grote zweetplekken. Op een bepaald moment besloot hij het uit te trekken en zijn glimmende bovenlijf aan de zonnestralen bloot te stellen. Prompt legde Ruth het boek neer en haalde de zonnebril van haar neus. Ze keek nu onafgebroken naar hem terwijl hij takken en bladeren bij elkaar harkte en in een grote afvalzak propte. Hij had een sixpack, stelde ze bewonderend vast. Een heus wasbordje. Ze had vele halfnaakte mannen gezien in haar leven, maar zelden iemand met zo’n prachtig lichaam. Ze merkte wat die aanblik in haar binnenste teweeg bracht. Hoe graag zou ze hem van dichtbij willen bekijken, dat atletische lijf aanraken, betasten, ruiken… proeven…

"Is er iets?" vroeg Vincent toen hij naderbij kwam.

"Ik geniet van het uitzicht."

"Ik voel me bekeken."

"Vind je dat vervelend?"

"Een beetje."

Ruth glimlachte geamuseerd. "Dan weet je nu hoe vrouwen zich voelen."

Hij lachte, bond de zak dicht en keek nieuwsgierig naar het boek op Ruth’s schoot. “Wat lees je?”

Ze draaide de boekomslag in zijn richting.

Psychology and treatment of suicidal behaviour? Wauw, dat lijkt me zware kost”

“Dat is het ook,” bevestigde Ruth. “Gortdroog vooral.”

“Maar…?” vulde hij aan terwijl hij zijn T-shirt gebruikte om de transpiratie van zijn gezicht te vegen en op de stoel naast haar plaatsnam. “Is het begrijpelijk voor je? Of herkenbaar? Heb je er iets aan?”

Ruth deed alsof zijn prikkelende geur in haar neus haar koud liet, maar niets was minder waar. Het wakkerde het gekriebel in haar buik nog verder aan. Ze had vers zweet nooit vies gevonden. Integendeel zelfs. Als Kian doorweekt van het podium kwam na een optreden onder de hete spotlights, had ze zijn druipende gezicht en kleffe omhelzing nooit ontweken. Juist niet, want het had haar vaak in een staat van opwinding gebracht. Menig vluggertje had dan ook plaatsgevonden in rommelige kleedkamers backstage. Maar ze verdrong de herinneringen voor haar emoties konden toeslaan en concentreerde zich op de vragen die Vincent had gesteld.

“Ik wil weten welke therapieën momenteel gangbaar zijn, hoe dat in zijn werk gaat en welke trucjes mijn therapeuten op me uitproberen. Ik ben graag voorbereid.”

“Is het niet beter je er blanco aan over te geven?”

“Tot op zekere hoogte. Ik wil mijn vrijheid zo snel mogelijk terug, dus doe ik braaf wat van me verwacht wordt. Maar…”

“Maar je laat niet het achterste van je tong zien,” vulde Vincent aan.

Een klein knikje bevestigde zijn vermoeden. “Vraag me niet waarom, Vince. Beroepsgeheim of niet, voorlopig durf ik helemaal niemand te vertrouwen.”

De zon had nu ook het terras bereikt. Ruth had het warm gekregen en deed haar vestje uit. Net op dat moment voelde ze haar tepels hard worden en kon niet voorkomen dat deze zich in de dunne stof van haar beha en haar shirt aftekenden. Nou ja, Vincent had al veel meer van haar gezien. Ze hoefde hem niet aan te kijken om te weten dat het hem niet was ontgaan. Ze voelde zijn ogen priemen en zag hoe hij met een arm het zicht op zijn kruis blokkeerde. Hij is geil, dacht ze. En hij weet dat ik het ook ben.

Fuck fuck fuck! Waarom voelde ze zich uitgerekend aangetrokken tot de voorbeeldige echtgenoot van iemand anders? Niet voor het eerst vroeg ze zich af of ze eraan toe zou geven als hij niet getrouwd zou zijn. Zou ze hem toelaten in haar leven, in haar bed, seks met hem hebben? Zou ze dat ooit kunnen zonder aan Kian te denken? Zonder zich overspelig en schuldig te voelen? Maar ze schudde alle zinloze vragen van zich af, want Vincent’s gehuwde status betekende dat er een harde grens was die ze diende te respecteren. Ze had al problemen genoeg zonder er nog meer te veroorzaken.

“Ik ga maar eens douchen,” zei Vincent.

“Dat lijkt me een goed plan,” zei Ruth. “En Vince…?”

“Ja?”

“Als je klaar bent, wil je dan een handdoek en mijn beautycase mee naar beneden nemen? O ja, en je haren niet drogen alsjeblieft.”

“Waarom?”

“Telkens als ik je zie jeuken mijn handen om de schaar in je haren te zetten.”

Vincent trok een bedenkelijk gezicht. “Maar ik ben vorige week nog naar de kapper geweest,” sputterde hij zwakjes tegen.

“Ja,” beaamde Ruth. “Daarom juist.”

<> <> <>

Sinds Ruby's verblijf bij Sjeng en Yvonne had ze zich telkens teruggetrokken als familie of vrienden van het stel op bezoek kwamen. Ze wilde niet de indruk wekken dat ze er woonde en tegelijkertijd meed ze op die manier nieuwsgierige vragen en blikken. Maar Sjeng stond erop dat ze met Kate en Sharon deel zou nemen aan de familiebrunch op eerste paasdag, waarbij alle kinderen en kleinkinderen van haar gastgezin aanwezig zouden zijn. Na enig aarzelen had Ruth ingestemd. Eigenlijk verheugde ze zich wel op het vooruitzicht van een groter gezelschap, andere gezichten en andere gesprekken. Ze was zelfs bereid mee te gaan naar de kerk, al was ze niet katholiek en evenmin gelovig.

Aan het eind van de ochtend maakte Ruth kennis met Vincent’s oudere zussen Lotte en Amber en hun echtgenoten. De vijf peuters en kleuters die bij hen hoorden, zorgden meteen voor een gezellige drukte en lawaai in de woning. Heerlijk, dacht Ruth, wat heb ik dit gemist. Tevreden stelde ze vast dat het leeftijdsverschil tussen de kleintjes en haar eigen tienerdochters geen obstakel was, want Kate en Sharon ontfermden zich spontaan over hen en hielpen enthousiast met paaseieren zoeken.

Yvonne en Sjeng hadden niets nagelaten om deze dag tot een feestelijk gebeuren te maken. De tuin was versierd, er waren spelletjes en speelattributen en in de keuken stonden hapjes en drankjes voor de kinderen, terwijl de grote eettafel in de woonkamer een overdaad aan lekkernijen bood voor de volwassenen. Er werd alleen nog op Vincent en Sophie gewacht. Natuurlijk had Ruth kunnen weten dat Sophie van de partij zou zijn maar haar voortdurende afwezigheid was zo spreekwoordelijk dat ze er nauwelijks bij stil had gestaan. Ze hoopte dat ze een klik had met Sophie, want dat zou het makkelijker maken om meer afstand te nemen van Vincent. Immers, ze zou meer rekening houden met de gevoelens van iemand die ze graag mocht, dan iemand die ze niet kende of onsympathiek vond.

Het was geen verrassing dat Sophie een opvallende verschijning was. Meteen na binnenkomst trok ze alle aandacht naar zich toe. Haar vrolijke lach en babbel ontging niemand.

“Sorry sorry,” lachte ze. “Het is mijn schuld dat we zo laat zijn. Ik kon maar niet kiezen wat ik zou aantrekken vandaag.”

Iets anders, dacht Ruth. Het paarse zijden jurkje van Sophie stond haar fantastisch. Het was uitermate geschikt om je in het nachtleven te storten, maar voor een paasbrunch bij je schoonouders was het te… gedurfd. Het decolleté was net iets te diep en de onderrand van het jurkje toonde echt teveel blote dij. Haar naaldhakken waren op het randje van ordinair, haar oogmake-up was te veel van het goede, en de knalroze lippenstift en bijbehorende nagellak bijna obsceen.

Vincent oogstte zoveel complimenten met zijn nieuwe haardracht dat hij er bijna verlegen van werd.

“Jullie lof is geheel voor Ruth,” zei hij bescheiden. “Ik zou dit nooit zelf hebben bedacht. Het is even wennen, maar ik ben er wel blij mee.”

“Handig, een eigen kapster aan huis,” grapte Amber’s man. “Mag ik ook een keertje langskomen, Ruth? Wat reken je?”

“De prijs die je betaalt is het ongemak, want je moet op de grond zitten.”

Iedereen lachte.

De steek die Ruth plotseling in haar maagstreek voelde, kwam volkomen onverwacht. Ze was zelden jaloers en had daar ook weinig reden toe. Maar waarom kon ze dan niet aanzien dat Sophie aan Vincent bleef plukken, dat ze hem innig op de mond kuste ten overstaan van de hele familie en dat Vincent’s hand onverbloemd over haar welgevormde billen streelde? Ze zijn getrouwd, herhaalde ze in zichzelf. Ze doen niets wat niet mag. Het ligt aan mij. Ik ben onredelijk. Maar dat Sophie’s kledingkeuze hun oponthoud had veroorzaakt, betwijfelde ze. Volgens mij hebben jullie net nog geneukt, dacht Ruth, en ze duwde haar rolstoel in de richting van de keuken. Ze snakte naar koffie en Yvonne kon ongetwijfeld een hand hulp gebruiken.

Afgezien van haar ongelukkig gekozen outfit kon Ruth verder geen minpuntjes ontdekken bij Sophie. De blondine bewoog zich als een vis in het water bij haar schoonfamilie. Ze had voor iedereen een vriendelijk woord of een belangstellende vraag. Ze knuffelde de kinderen van Amber en Lotte en uitte bewondering over de rode krullen en sproetige huid van Kate en Sharon. De beide meiden reageerden meteen verrukt. Vervolgens kwam Sophie bij Ruth zitten en complimenteerde haar met haar lange donkerblauwe rok en eveneens donkerblauwe blouse, waarin een subtiel zalmkleurig bloemenpatroontje was verwerkt.

“Ralph Lauren zeker?” vroeg ze. “Ik herken zijn stijl uit duizenden.”

“Miss Etam,” antwoordde Ruth met een binnenpretje. “Die winkel heeft namelijk geen drempels en een pashokje dat ruim genoeg is voor mij en mijn stoel.”

“O,” reageerde Sophie, niet onder de indruk, en informeerde hoe het met haar ging. Ze bleek grotendeels op de hoogte te zijn van Ruth’s situatie, maar haar vragen waren geenszins opdringerig of sensatiebelust. Kortom, Ruth besloot dat ze Sophie wel mocht, maar ze had twijfels over de acteerambities van het voormalige model. Ze was weliswaar geen expert op dat gebied, maar volgens haar miste Vincent’s vrouw het benodigde talent om overtuigend in de huid van een denkbeeldig personage te kruipen. Sophie wilde vooral schitteren als zichzelf.

In de tafelschikking had Ruth haar vaste plaats aan de kop van de tafel behouden. Vanwege haar rolstoel was dat het makkelijkst. Tegenover haar aan het andere eind zat Sjeng als een ware pater familias. Lotte en haar man Freek zaten aan weerszijden van haar. Ze wist dat Lotte maatschappelijk werkster was en Freek actief was in de plaatselijke politiek. Dat gaf hopelijk voldoende stof voor een interessant gesprek.

Inderdaad bleken Lotte en Freek aangename gesprekspartners. Ze waren benieuwd naar de ervaringen van een nieuwkomer in Maastricht. En was de stad wel toegankelijk genoeg voor een gehandicapte? De discussie ging gaandeweg over in een vergelijking tussen Britse en Nederlandse politiek en politici. Met toenemende interesse luisterde Ruth naar de initiatieven en projecten die in Maastricht en omgeving liepen met betrekking tot de minder bedeelde bevolkingsgroepen en etnische minderheden. Dat was haar stokpaardje. Vanaf het moment dat ze haar eerste bescheiden loontje had verdiend, had ze een deel daarvan besteed om met name kinderen in armoedige of achterstandssituaties te ondersteunen. Soms in praktische zin door voedsel te verstrekken, soms ook door een stukje scholing, sport of een hobby te bieden. Dat gaf deze kinderen hopelijk een reden om aan het criminele circuit te ontkomen of  - nog beter – zich op te werken tot een beter milieu.

“Heb ik goed begrepen dat je bent opgegroeid in East End?” vroeg Freek.

Ruth, die net een hap nam van een sneetje paasstol met roomboter, beaamde dat met een hoofdknik.

“Ik heb een jaar in Londen gestudeerd,” ging hij verder. “En een paar maanden in Whitechapel op kamers gewoond. Op die manier heb ik het oosten van de stad een beetje leren kennen. Mag ik vragen uit welke wijk je afkomstig bent?”

Ruth slikte haar brood door. “Bethnal Green,” antwoordde ze gedachteloos.

Haar woorden waren amper uitgesproken toen ze besefte dat ze een cruciale fout had gemaakt. Hoe kon ze zo stom zijn? Want als door een wesp gestoken draaide Amber haar hoofd om en legde haar bestek neer.

“Bethnal Green?” herhaalde ze. “Dat zei je toch, hè? Dat je uit Bethnal Green komt?”

Ruth’s hart sloeg een slag over. De adrenaline gierde door haar aderen. Ze zag de bui al hangen maar ze kon haar uitspraak niet meer ongedaan maken.

“Ja,” antwoordde ze zo rustig mogelijk. “Is daar iets mis mee?”

Amber stuiterde bijna van haar stoel. Alle ogen waren opeens op Ruth gericht. Wat ze had willen voorkomen, gebeurde nu toch.

“Kian komt ook uit Bethnal Green.” Ambers wangen gloeiden van opwinding. “Kian O’Donaghue en Ravish Singh, de zanger en drummer van Everest… Je kent ze toch wel?”

Ruth probeerde haar stem neutraal te laten klinken. “Wie niet? Iedereen kent Everest, toch?”

Dat was niet wat Amber wilde horen. “Dat bedoel ik niet. Kende je ze persoonlijk? Toen ze nog niet bekend waren? Hoe was Kian in die tijd? Was je met hem bevriend? Heb je herinneringen aan hem?”

De grond dreigde onder haar weg te zakken. Waarom wist ze niet dat Amber een idolate Everest fan was? Hoe red ik me hieruit, vroeg Ruth zich af. Ze probeerde onverschillig te lijken door een groen gekleurd paasei te pellen, maar haar vingers trilden zichtbaar. Ook durfde ze Sjeng of Vincent niet aan te kijken omdat ze haar onbehagen vermoedelijk van haar gezicht konden lezen.

“Nou?” drong Amber aan.

Terwijl Ruth haar hersens pijnigde kwam er hulp uit onverwachte hoek.

"We weten nou wel dat je groot fan was van Everest," zei Lotte vermanend tegen haar jongere zus. "Maar ben je hier inmiddels niet te oud voor geworden? Je bent verdorie vijfendertig en Everest bestaat al jaren niet meer. Gedraag je alsjeblieft volwassen.”

“Maar…”

Ruth hervond nieuwe moed. “Lieve Amber, je kunt je nauwelijks een voorstelling maken hoe het leven in Bethnal Green er destijds uitzag. Het was niet alleen armoedig, maar ook een erg kinderrijke buurt. Ruwweg tweederde van de buurtbewoners was minderjarig. Iedereen kende elkaar, maar niet iedereen ging met elkaar om. Ik zag Kian en Ravish wel eens, maar onze wegen kruisten elkaar niet. Ze waren een stuk ouder dan ik en hadden vooral belangstelling voor rondborstige vrouwen met diepe decolletés en korte rokken, als je snapt wat ik bedoel… Maar als ik toen had geweten dat ze wereldberoemd zouden worden, had ik misschien beter op ze gelet.”

Dat laatste zei ze met een kwinkslag in haar stem. Behalve Amber, die haar teleurstelling niet kon verbergen, schoot iedereen in een lach.

“En Kian’s vrouw dan?” vroeg Vincent opeens. “Hoe heette ze ook alweer? Ruby… eh…”

“Adams,” vulde Amber prompt aan.

“Juist, Ruby Adams… Zij moet ongeveer even oud zijn geweest als jij, Ruth.”

Opnieuw dacht Ruth dat ze een hartverzakking kreeg. “Dat kan wel ongeveer kloppen,” zei ze. “Maar ook over haar kan ik helaas weinig vertellen. Ik kende haar van gezicht maar we hadden geen raakvlakken.”

Ze kreeg geen hap meer door haar keel en zelfs de koffie smaakte haar niet. Elke spier in haar lichaam leek samen te krimpen, vooral in haar buik.

“Vincent heeft de hele band en de crew van Everest persoonlijk ontmoet en gesproken,” ging Amber stug verder, de gefronste wenkbrauwen van haar vader negerend. “In Amsterdam in 1975, toch? Vertel het nog eens, Vincent.”

Zo meteen ga ik gillen, dacht Ruth. Waarom houdt ze niet op? Ik weet wat er gebeurde, ik was er zelf bij.

“Jullie hebben dat verhaal al minstens tien keer van me gehoord,” reageerde Vincent droog.

“Maar Ruth kent het nog niet.”

Nee! Hou op! Ik wil hier weg. Weg!

“Excuseer me alsjeblieft,” mompelde Ruth met een hand op haar gespannen maag. “Ik moet… Ik voel me niet zo…”

Freek, Lotte en Vincent sprongen tegelijkertijd op van hun stoel.

“Ben je ziek? Heb je hulp nodig? Gaat het?”

Het toilet bood een adempauze. Even maar, want ze kon hier niet langer blijven zitten dan voor een gemiddeld wc bezoek gebruikelijk was; niet zonder alle aandacht weer naar zich toe te trekken. Ze haalde een paar keer diep adem, keek in de spiegel of ze er nog toonbaar uitzag. Met koud water depte ze haar verhitte wangen en waste daarna haar handen. En nu? Ronde twee? Of toch maar voorwenden dat ze ziek was en de rest van de middag op haar kamer blijven?

Ze besloot tot het laatste. Maar toen ze de deur van het slot draaide en haar rolstoel over de drempel duwde, bleek Sjeng in de gang op haar te wachten. Geschrokken zag ze zijn priemende ogen die dwars door haar heen leken te kijken. De uitdrukking op zijn gezicht was niet vijandig, maar ook niet vriendelijk. Onmiddellijk schoot haar bloeddruk weer omhoog.

“Jij en ik moeten eens even babbelen,” zei hij op een manier die geen weigering duldde.

“Niet nu,” protesteerde Ruth zwakjes. “Ik ben niet lekker. Ik…”

“Ik kan me heel goed voorstellen dat je niet op je gemak bent, maar lichamelijk mankeer je niks.”

Hij pakte de handgrepen van  haar rolstoel en duwde haar zonder pardon de gang in, in tegengestelde richting van de woonkamer. 

“Je hebt het huis vol familie. We kunnen morgen...”

“Jij hebt op dit moment meer prioriteit dan mijn gezin.”

De deur van de studeerkamer sloeg achter hen dicht en Sjeng draaide de sleutel om. Vervolgens trok hij de vitrage zodanig tegen elkaar dat er vanuit de tuin geen nieuwsgierige ogen naar binnen konden kijken. “We willen niet gestoord worden,” zei hij.

Een ijskoude rilling liep langs haar ruggengraat bij de herinnering aan een andere gesloten deur in een ander kantoor, maar ditmaal bleef de sleutel gelukkig achter in het slot. Sjeng is geen Winscott, hield ze zichzelf voor. Lichamelijk heb ik niets van hem te vrezen. Maar wat zoekt hij in hemelsnaam in die kast?

“Ik wil je iets laten zien wat je ongetwijfeld bekend voorkomt,” hoorde ze Sjeng op een raadselachtige manier zeggen.

Ruth bevroor. Het kan niet waar zijn, dacht ze. Laat het alsjeblieft niet waar zijn! In het midden van de kamer wachtte ze zwijgend af wat Sjeng voor haar in petto had. Ze vreesde het ergste, maar de paniek maakte langzaam plaats voor strijdlust. Haar brein werkte op volle toeren. Als haar nachtmerrie op het punt stond waarheid te worden, mocht ze niet aarzelen, maar moest ze actie ondernemen. Vandaag nog. Een plan van aanpak had ze al gemaakt toen ze naar Maastricht verhuisde, maar de uitvoering zou nog wel wat voeten in de aarde hebben.

“Wat wil je van me?” vroeg ze op zakelijke toon.

“Bevestiging,” antwoordde Sjeng. “Of wil je nog langer beweren dat je Kian O’Donoghue niet kent? Dat je nooit onder hetzelfde dak hebt gewoond of het bed met hem hebt gedeeld? Dat het niet zijn kinderen zijn die momenteel in mijn tuin met mijn kleinkinderen spelen…? Dit is een goed moment om open kaart te spelen, Ruby Adams.”

Bij het horen van haar echte naam kromp ze in elkaar.

“Hoe…?”

“Toen Amber over Everest begon moest ik opeens weer aan haar slaapkamer denken. Die was vroeger behangen met posters van haar popidolen, vooral van Everest. Als je die kamer binnenkwam viel meteen een groot portret van Kian op. En op het moment dat ik dat beeld voor ogen had, liep opeens Sharon door mijn blikveld. Meer nog dan Kate lijkt zij sprekend op haar vader, hè?”

Ruth hulde zich in stilzwijgen.

“Hoe meer vragen Amber op je afvuurde, hoe ongeduriger ik je zag worden en daarmee bevestigde je mijn conclusie. Ik vraag me af waarom het kwartje niet eerder is gevallen, want het muzikale talent van je kinderen komt niet zomaar uit de lucht vallen. Je depressie, je talenknobbel, je geverfde haren, de getinte lenzen in je ogen, en niet te vergeten KODRA, hadden aanknopingspunten moeten zijn. Alleen je rolstoel past niet in het plaatje. Je bent Engeland ontvlucht vóórdat je je benen verloor, of kort daarna, want zelfs je bloedeigen broer schijnt dat niet te weten. Vergeef me de uitdrukking, maar het is vooral je handicap die iedereen op het verkeerde been zet, nietwaar?”

Sjeng duwde een oud tijdschrift in haar handen. Een exemplaar van Times Magazine uit 1981. Op de cover lachte een blonde vrouw haar toe. Ze had opvallend groene ogen, een spleetje tussen haar voortanden en een zilveren medaillon aan een kettinkje om haar nek. De 28-jarige vrouw had alle reden tot lachen want ze was verkozen tot internationale zakenvrouw van het jaar. Ruth hoefde het blad niet open te slaan om te weten dat pagina 43 een foto van een gelukkig gezinnetje toonde; man, vrouw en twee schattige peuters in de tuin van hun landhuis in een rijke buurt van Noord-Londen. Het artikel vertelde een verhaal van hard werken, succes, rijkdom en liefde. Geen vuiltje aan de lucht, zo leek het. Maar niet lang daarna nam het lot een dramatische wending en bleef er weinig over van dat idyllische plaatje.

Berustend gooide Ruth het magazine op Sjengs bureau. Ontkennen was zinloos erkende ze. Hij had haar ontmaskerd en het enige wat ze nu kon doen was erger voorkomen.

“Geef me vierentwintig uur,” zei ze.

Sjeng leunde met zijn billen tegen het bureau en kruiste zijn armen voor zijn borst. “Om wat te doen? Ga je jezelf weer van het leven beroven of wil je met de noorderzon vertrekken…? Vergeet het. Dat gaat niet gebeuren, Ruby.”

“Ruth,” corrigeerde ze hem. “Noem me alsjeblieft Ruth.”

“Weet je… Ruth. Toen mijn kinderen tieners waren luisterde ik met een half oor naar Amber’s verhalen over Everest, wetend dat het een puberale bevlieging was die na verloop van tijd vanzelf zou overwaaien. Tot Vincent op een dag thuiskwam met zijn ervaringen bij een Everest concert in Amsterdam waar de pleuris uitbrak, maar dat weet je waarschijnlijk nog wel.”

Ruth knikte zwijgend.

“Herinner je je hem nog?”

“Ja. Ik heb hem die avond openlijk belachelijk gemaakt. Dat verdiende hij niet.”

“Het mentale verschil tussen jullie moet enorm geweest zijn. Vincent was op dat moment negentien en amper volwassen, terwijl jij op je tweeëntwintigste gehard was door het milieu waarin je bent opgegroeid en op hoog niveau functioneerde in een wereld die gedomineerd werd door machtige mannen. Maar wat je die avond ook zei of deed, je maakte een verpletterende indruk op mijn zoon, wat voor mij indirect aanleiding was om me te verdiepen in jouw carrière. Zoals je weet heb ik een bovengemiddelde belangstelling voor mensen die uitzonderlijke prestaties leveren.”

“Zo uitzonderlijk waren mijn prestaties niet. Ik verkocht een product dat iedereen wilde hebben.”

“Niet zo bescheiden, meid. Je komt niet op de cover van Times Magazine als je niet met kop en schouders boven de rest uitsteekt.”

Ruth zuchtte diep. Wat had ze aan complimenten nu ze als een rat in de val zat?

“Je hebt een strafblad.”

Sjeng’s barse stem raakte haar als een zweepslag; hard en meedogenloos. Ze sloeg haar handen wanhopig voor haar gezicht.

“Erger nog, je moet nog een gevangenisstraf uitzitten.”

Het zo zorgvuldig opgebouwde luchtkasteel werd door Sjeng doeltreffend neergehaald. Ruth's fictieve leven stortte als een kaartenhuis in elkaar. De dag des oordeels was aangebroken. Dit was wat Ruth de afgelopen jaren had getracht te voorkomen. Dit was haar grootste angst, de reden waarom ze liever stierf dan weer de confrontatie met de Britse justitie en media aan te gaan. Vooral die laatsten hadden al meer dan genoeg ellende veroorzaakt.

“Dat kan ik Kate en Sharon niet aandoen,” fluisterde ze toonloos. “Ik doe alles voor je. Je kunt alles van me krijgen als je bereid bent je mond te houden.”

Sjengs ogen flikkerden vervaarlijk. “Bied je me nu geld aan? Probeer je me om te kopen? Als dat zo is, ben ik nog niet klaar met je.”

“Wat dan?” gilde Ruth opeens voluit. “Zeg het maar, wat moet ik doen? Wat wil je van me?”

Sjeng pakte de armleuningen van haar rolstoel vast en bracht zijn gezicht tot vlakbij het hare.

“Probeer het eens met de waarheid.”


© Fanny, februari 2020



Alle verhalen van: Fanny

Fijn verhaal 
+11

Reacties  

Dank voor jullie mooie complimenten :-) Het begin van het volgende deel is gemaakt. Hopelijk laat ik jullie niet meer zo wachten. ;-)
Ik ben blij dat er eindelijk weer een nieuw deel is. Ik hoop alleen dat we op het vervolg niet zo lang hoeven te wachten.
Maar het blijft wel van de buitencategorie!!! :-) : ;-)
Kan niet anders dan mij aansluiten bij de lofzang hieronder.
Formidabel goed, Fanny! Graag (veel) meer van dit :P
Had even tijd nodig om terug in het verhaal te komen, maar daarmee heb ik ook gelijk het enige bedenkbare minpuntje uitgesproken... Namelijk de telkens veel te lange tussentijd voor er weer een nieuw deel verschijnt.
Verder niets dan lof voor jouw schrijfkunsten, ook al val ik daarmee in herhaling. Mooie, originele plot, vlotte vertelstijl, levensechte dialogen en goed uitgediepte karakters... Echt een verhaal van een professioneel niveau, maar bovenal ben ik o zo benieuwd hoe dit verder gaat !